De oorzaak van tranende ogen

Ik denk dat het veilig is om te stellen dat iedereen wel eens last heeft van tranende ogen. De een alleen in de winter op de fiets, de ander de hele dag door. Tranende ogen kunnen grofweg 2 oorzaken hebben. Soms is het lastig om er achter te komen welke van de 2 oorzaken de schuldige is van het tranen. Het is echter wel heel belangrijk om te weten met welke oorzaak je te maken hebt. Als je namelijk de afvoer van tranen gaat verbeteren door een ingreep terwijl de oorzaak bij een te droog oog ligt zullen de klachten juist toenemen. Daarnaast is het goed om te weten dat élk oog altijd tranen nodig zal hebben om goed te kunnen functioneren. 

Productie van tranen (droge ogen)
Geloof het of niet, maar de meeste tranende ogen beginnen als droge ogen. De ogen tranen meestal niet de gehele dag, maar vooral bij temperatuurwisselingen en intensief kijken zoals lezen en pc-werk. Als hierbij na enige tijd tranende ogen ontstaan komt dit doordat het oog in eerste instantie te droog is. Er wordt vervolgens een prikkel naar de traanklier gestuurd welke dan tranen gaat maken. Dit zijn tranen van het verkeerde soort, dezelfde als wanneer je huilt. Deze biggelen dan ook over je wangen. Om deze tranen te voorkomen zal je oogdruppels moeten gebruiken in de vorm van kunsttranen. Er is dus sprake van een “nat oog” waar vervolgens extra druppels in gedaan moeten worden. Na verloop van tijd zal je, bij consequent gebruik, merken dat de tranen inderdaad minder worden. Ook blepharitis is een belangrijke factor in dit verhaal.

Belangrijke symptomen van een “te droog tranend oog” zijn: tijdelijk wazig zicht na enige tijd intensief kijken, het idee van een vlies voor het beeld, brandende ogen, drukkend gevoel op de ogen. Droge ogen zijn vaker aan allebei de ogen aanwezig en zijn te verbeteren met oogdruppels, ooglidhygiëne, voorlichting en soms punctumplugs en/of een kappenbril. Dit is echter symptoombestrijding. Er is geen manier om de traanklier iets meer vocht te laten produceren van het goede soort.

Droge ogen kennen veel verschillende oorzaken. Denk hierbij aan omgevingsfactoren (airco), allergieën, systemische aandoeningen (syndroom van Sjögren, reuma), ooglidhygiëne et cetera.

De anatomie van de traanklier en traanwegen (aangeduid als traanbuis).


Afvoer van tranen
Als tranen de hele dag aanwezig zijn, ongeacht de activiteiten, zou er sprake kunnen zijn van een probleem in de afvoer van de tranen. De traanbuis kan bijvoorbeeld verstopt zitten. Dit is te testen door middel van een “anel”. Hierbij spuit de oogarts een beetje zoutoplossing in de traanweg. Indien de traanwegen vrij zijn zal deze vloeistof in de keel te proeven zijn. Is er een (partiële) obstructie, dan zal (een deel) van de oplossing terug komen in het oog via de bovenste traanpunt. Indien dit het geval is kan de obstructie door middel van een operatieve ingreep verholpen worden. Deze ingreep gaat vaak in samenwerking met een oogarts en een KNO-arts en wordt een dacryocystorhinostomie (DCR) genoemd.

Ook kan het ooglid wat zijn gaan hangen waardoor de traanpunt niet meer tegen het oog aan ligt, zoals bij een ectropion. Hierbij kan het traanvocht de weg naar de traanpunt niet vinden en zal het eerder over de wangen gaan lopen. Ook deze aandoening vereist operatief ingrijpen, bijvoorbeeld door het ooglid te laten draaien naar binnen zodat de traanpunt weer bij het oog komt.

Wanneer de traanwegen toegankelijk zijn en de traanpunten zijn goed gepositioneerd, en de oogarts weet zeker dat de klachten niet van een te droog oog komen, is er nog de optie om de traanpunt te vergroten. Dit noemt men een 2- of 3-snip. Hierbij wordt het openingetje waardoor de tranen wegvloeien iets vergroot. Dit bevordert de afvoer van de tranen.

Tranende ogen kunnen ook voorkomen bij wat minder frequent voorkomende problemen zoals chronische irritatie door een ooglid dat naar binnen gedraaid zit waarbij de wimpers het hoornvlies continu prikkelen. Zo zijn er wel meer oorzaken te bedenken die niet passen binnen de bovenstaande verdeling. De meeste tranende ogen zijn echter terug te dringen tot bovenstaande 2 oorzaken.

Communicatie tussen patiënt en arts

Communicatie met de patiënt is binnen de oogheelkunde erg belangrijk; net als bij vrijwel alle andere specialismen. Communicatie kan soms moeilijker zijn dan gewenst. Denk hierbij aan mensen die doof zijn, blind zijn of niet durven/kunnen praten wat bijvoorbeeld voorkomt bij mensen met het syndroom van Down. Het gebeurt helaas soms ook dat de patiënt een andere taal spreekt dan wij. Het is aan ons om zo veel mogelijk met handen en voeten (soms letterlijk) toch zo veel mogelijk informatie in te winnen. Hierom is het fijn als er iemand mee komt die dingen kan aanvullen of vertalen. Soms komt het voor dat er een begeleider mee komt die ook geen Nederlands spreekt, of er komt helemaal geen begeleider mee. De afgelopen 2 jaar is mij dit 2 keer overkomen. Een maal met een Turkse meneer die zijn dochter mee had genomen die minder goed de Nederlandse taal machtig was dan meneer zelf. Dit is niet positief voor het subjectieve gedeelte van het onderzoek, maar het objectieve gedeelte ondervindt hier doorgaans geen hinder van. Zodoende kunnen wij elke patiënt uiteindelijk altijd wel helpen.

© Ziekenhuis Survivalgids; wegwijs in de wereld van de witte jassen

Indien er getwijfeld wordt over het hebben van een aandoening zal er eerder over worden gegaan tot actie. Zo zullen we eerder oogdrukverlagende druppels voorschrijven bij iemand waarbij er een taalbarrière bestaat als deze wordt verdacht van het hebben van glaucoom; voorkomen is beter dan genezen. Aanvullend onderzoek (in dit geval een gezichtsveldonderzoek) bleek in de praktijk geen bruikbare resultaten op te leveren, reden genoeg voor een profylactische benadering. Wij hebben er in dit geval op aangestuurd dat dhr de volgende keer zijn andere dochter meeneemt, zij kon namelijk wel goed als tolk fungeren. Bij een volgend bezoek heeft deze meneer inderdaad dit advies opgevolgd en konden wij eventuele onduidelijkheden wegnemen van beide kanten. Gelukkig komen onze patiënten vrijwel nooit alleen.

E-haken kaart

Een taalbarrière, of communicatiebarrière komt regelmatig voor. Als je net van de opleiding af komt kan het in het begin wat lastig zijn om er mee om te gaan. Oefening baart kunst, blijkt in de praktijk. Met handbewegingen en het gebruik van simpele woorden (al dan niet in het Engels) kan je in de praktijk ver komen. Zo kan je bijvoorbeeld prima de visus opnemen door gebruik van E-haken of de Landolt-C kaart waarbij de patiënt alleen de richting van de opening hoeft aan te wijzen. Zo lukt het zelfs om bij analfabeten en dove mensen de gezichtsscherpte te meten.

De recente uitspraken van dhr. Kuzu zijn gelukkig onjuist binnen de oogheelkunde. Als optometrist weet ik niks van andere specialismen, maar ik kan mij niet indenken dat een arts voor de “easy way out” kiest. Een arts heeft namelijk een roeping om voor zijn/haar patiënt te zorgen en zal er alles aan doen om deze zo goed mogelijk te behandelen. Dit ongeacht de afkomst en taalvaardigheid van de patiënt. Sterker nog, ik heb ook regelmatig artsen consulten horen en zien voeren in hun eigen moedertaal. Dit gaat dan om Turkse of Marokkaanse artsen, al dan niet in Nederland geboren. Ik denk dat je je als patiënt niets beters kan wensen dan dat. En ter verduidelijking wil ik toevoegen dat dit niet om incidenten gaat, maar dat ik weet dat meerdere ziekenhuizen/klinieken dit zelfs op hun website vermelden.

Wat doet de orthoptist

Orthoptisten zijn speciaal opgeleid in het vakgebied dat zich richt op de samenwerking tussen de ogen. Denk hierbij aan scheelzien, luie ogen maar ook aan nystagmus. Waar de gewone oogarts en optometrist hier afhaken, gaan zij verder. Orthoptisten werken veelal zelfstandig en stellen hun eigen behandelplannen op. Dit blijft altijd onder superivisie van een oogarts, en elke patiënt moet ten minste eens door de oogarts gescreend zijn op afwijkingen aan het oog (hier zijn orthoptisten namelijk minder in thuis).

De meeste patiënten die bij de orthoptist komen zijn kleine kinderen, vaak tot 12 jaar. De orthoptist doet hierbij verschillende onderzoeken om de samenwerking van de ogen te bepalen, onderanderen door te testen op het zien van 3D. Ook zullen de kinderen hier in de regel druppels in hun ogen krijgen (cyclopentolaat) welke het accommodatievermogen van de ogen tijdelijk stil legt. Zodoende kan de orthoptist de sterkte van een eventueel benodigde bril bepalen. Jonge ogen zijn extra goed in accommmoderen, zodoende is het vrijwel onmogelijk om een correcte bril voor te schrijven zonder gebruik van deze druppels. Afhankelijk van de behandeling zal een patiënt bijvoorbeeld geopereerd kunnen worden om de scheelstand van de ogen te corrigeren. De uitgangspositie is dat daarbij eerst een eventueel lui oog behandeld moet zijn.

© littlefoureyes.com

Oudere mensen kunnen ook terecht komen bij de orthoptist. Denk hierbij aan mensen met dubbelzien klachten, een nystagmus, mensen die bekend zijn met multiple sclerose of bijvoorbeeld mensen met Parkinson. De orthoptist zal in deze gevallen kijken hoe de beste situatie voor deze patiënt benaderd kan worden, danwel met een bril, danwel door middel van een operatie, danwel door adviezen te geven in de zin van bijvoorbeeld het aannemen of vermijden van een bepaalde houding.

Voor volwassenen geldt in de regel dat zij eerst een afspraak krijgen bij een oogarts, en later een afspraak krijgen bij een orthoptist als dat nodig is. Voor kinderen wordt vrijwel altijd een gecombineerde afspraak gemaakt bij de orthoptist en daarna direct de oogarts. Let op, om een orthoptist te bezoeken is eveneens een verwijzing van de huisarts, jeugdarts of het consultatiebureau nodig.

Praktijkvoorbeeld: toxoplasmose

Eens in de zoveel tijd kom je in de praktijk een casus tegen die je anders naar bepaalde dingen laat kijken. Deze patiënt wat bekend met toxoplasmose, een infectie die haar moeder had opgelopen terwijl zij nog in ontwikkeling was in de buik van haar moeder. Toxoplasmose is een parasiet die zich bijvoorbeeld in kattenuitwerpselen bevindt. De mens geldt als tussengastheer voor de toxoplasmose. Toxoplasmose kan dodelijk zijn voor het ongeboren kind, en daarom mag je als zwangere vrouw dan ook geen kattenbakken verschonen.

Zelf heb ik ook toxoplasmose in mijn oog, mijn rechter om precies te zijn. Bij mij zit de toxoplasmose richting de buitenkant (periferie) van mijn netvlies, en is gedurende mijn hele leven rustig gebleven. Simpel gezegd heb ik nergens last van, en wist ik niet eens dat ik deze beschadiging met mij meedroeg. Onderstaande 2 foto’s zijn netvliesfoto’s (fundusfoto’s) van een patiënt waarbij toxoplasmose in allebei de ogen voorkwam. En dan ook nog eens op de meest vervelende plek die je kan bedenken: midden in de gele vlek (macula). Deze mevrouw heeft nooit scherp kunnen zien doordat het centrum van haar zicht altijd afwezig is geweest, net als dit bij mensen met maculadegeneratie op late leeftijd ook verloren kan gaan.

Op onderstaande foto’s (OCT’s) is een scan gemaakt van de macula van bovenstaande patiënt. Een normale macula kan je vinden in de eerste afbeelding op deze pagina. Je ziet dat er ter plaatse van de macula een soort krater is ontstaan. De krater zit ook niet in het midden van de scan, dit komt omdat deze mevrouw moest fixeren op een kruis: iets wat zij niet kan met het aangedane gebied van het nietvlies. Het netvlies kan hier niks zien, en zal met de huidige technieken niet gerepareerd kunnen worden. Mevrouw is in feite slechtziend. Deze mevrouw is geboren met deze afwijking en heeft zich zodoende zo goed mogelijk aangepast aan deze situatie. Dit in samenwerking met Koninklijke Visio en Bartimeus. Zij leren mensen om bijvoorbeeld met een stok te lopen, meten hulpmiddelen aan zodat iemand alsnog kan lezen danwel luisteren naar verhalen.

Waarom we alle metingen altijd zelf doen

Veel patiënten die bij ons voor de eerste keer komen zijn eerst langs de opticien geweest. De opticien kan vervolgens de klachten niet verklaren, ziet een vermindering in gezichtsscherpte of ziet andere aanwijzingen om de patiënt door te sturen naar de oogarts. Eenmaal aangekomen bij de oogarts begint het hele riedeltje weer van voor af aan. We (de ondersteuners) meten het zicht, we meten de brilsterkte, we meten de oogdruk. En dat terwijl de opticien juist alles netjes op een briefje heeft geschreven voor ons. Hoe zit dat nou?

Er zijn verschillende redenen om alle metingen nogmaals te doen. Een daarvan is dat wij zorg dragen dat al onze apparatuur goed onderhouden is, gekalibreerd is. En we hebben nogal wat apparaten in de oogheelkunde. Wij weten niet van elke opticien in de omgeving wanneer bij hen de apparatuur voor het laatst onderhoud heeft gehad. Zo voorkomen we dat we uitgaan van verkeerde waardes. Daarbij komt nog dat onze apparatuur mogelijk uitgebreider is (zo meet ons “luchtpufapparaat” ook de dikte van het hoornvlies, opticiens hebben dit meestal niet, dit is voor hun ook niet belangrijk), danwel een hogere scherpte/resolutie geeft dan die van de opticien. In ieder geval is een scan in onze database altijd scherper dan een kopietje op een A4’tje. Daarnaast kunnen we scans in onze database ook beter vergelijken met eventuele nieuwe scans die bij een volgend bezoek worden gemaakt.

Daar komt ook bij dat wij niet weten hoe geschoold degene is die de verwijzing geregeld heeft. Natuurlijk zijn wij redelijk op de hoogte welke opticiens in de regio betrouwbare resultaten bereiken en welke niet. Iedereen mag zich opticien noemen, ook zonder opleiding. Je zou eens moeten weten hoe vaak een patiënt wordt doorgestuurd door de opticien met een afname van de gezichtsscherpte. Bij de opticien wordt bijvoorbeeld 60% zicht gemeten, terwijl ik makkelijk tot de 100% zicht kom. Bij nader onderzoek blijkt er geen sprake te zijn van bijvoorbeeld staar, maar van een droog oog welke de klachten veroorzaakt. Een droog oog is tijdens de meting (refractie) gemakkelijk te herkennen, mits je weet op welke signalen je moet letten. Zouden we in bovenstaand geval de opticien hebben vertrouwd op zijn bevindingen, dan was er aanvullend onderzoek nodig geweest omdat wij het verlies in gezichtsscherpte dan niet zouden kunnen verklaren. Dit betekent onnodig terug komen, onnodig volle spreekuren en onnodige zorgkosten.

Soms is de gangbare apparatuur gewoonweg niet toereikend. Bij iemand met glaucoom willen we de oogdruk ouderwets met de hand meten. Dit omdat deze waardes veel betrouwbaarder zijn dan de luchtpuf, mits deze persoon goed genoeg geschoold is hierin. De opticien meet meestal alleen met de luchtpuf, deze is te beïnvloeden door bijvoorbeeld met de ogen te knijpen: de oogdruk die de luchtpuf meet schiet opeens omhoog. Meet ik hem applanatoir na (ouderwets met de hand), dan blijkt de oogdruk regelmatig lager uit te vallen. Zeker bij gespannen mensen. En laten we eerlijk zijn, van dat luchtpufje worden de meeste mensen toch gespannen.. Ik in ieder geval ook.

Het komt ook voor dat mij gevraagd wordt waarom ik allerlei onnodige metingen doe terwijl iemand bijvoorbeeld puur en alleen komt voor een bultje op zijn ooglid. Dat antwoordt is vrij simpel; we willen een uitgangswaarde vastleggen. Als iemand over 5 jaar komt met klachten van het zicht, dan willen we terug kunnen kijken. Hoe was het zicht toen er geen klachten waren? Welke sterkte zat er toen in de bril? De constateringen die we nu doen, zijn die veranderd ten opzichte van 5 jaar geleden? Zodoende meten we eerst graag voordat we, in het geval van een bultje, het mes in iemand zijn ooglid zetten.

Is ooglaseren eng?

Recent heb ik mijn linker oog laten laseren. Een vraag die je dan als optometrist meteen krijgt is: “Is dat niet eng?”. Nou eigenlijk viel dat reuze mee. In dit bericht lees je mijn eigen ervaringen.

Als optometrist weet ik natuurlijk wat er mis kan gaan als je je ogen laat laseren. De risico’s op complicaties zijn klein, maar ze zijn er wel. Ik onderging zelf een PRK behandeling; de pijnlijke variant zonder “flapje” (dat is een LASIK behandeling).

De behandeling wordt pas spannend zodra je de operatiekamer in loopt. Dan gaat alles ook heel snel. Er worden druppels in je ogen gedaan, je oog wordt ontsmet met jodium, je krijgt een ooglidspreider op et cetera. De daadwerkelijke laserbehandeling duurde in mijn geval maar 6 seconden. 6 seconden waarin je zo strak mogelijk recht vooruit moet blijven kijken. Je loopt de operatiekamer uit met redelijk goed zicht. Maar daarna wordt dat snel weer minder. Ben je benieuwd naar het gehele proces? Bovenstaand filmpje is mijn eigen oog!

De pijn viel in mijn geval reuze mee. Omdat ik al zo’n 10 jaar contactlenzen heb gedragen ben ik ook wel wat gewend aan mijn ogen. Daarnaast zijn mijn ogen tijdens mijn studie ook veelvuldig gebruikt als proefpersoon-ogen. Meer dan een irritant gevoel aan mijn oog had ik niet. Ik wilde het liefst mijn ogen dichthouden, maar dat kwam niet echt door pijn of lichtgevoeligheid. Vaak druppelen scheelt een slok op een borrel, het verzacht het irritante gevoel, zeker als de druppels in de koelkast bewaard worden waardoor ze lekker koud zijn.
Het zicht heeft bij mij welgeteld 3 weken en 1 dag geduurd voordat het weer hersteld was. Het herstel van het zicht in het donker duurde nog een anderhalve week langer. Dit is een periode waarin je vertrouwen moet hebben in de behandelend oogarts. Vertrouwen hebben dat het wel goed komt. Dit vond ik het lastigste gedeelte van de hele behandeling.

Met de kennis van nu zou ik gerust de zelfde beslissing hebben genomen om mijn oog te laten laseren. Persoonlijk viel de behandeling mij mee, de pijn viel mee, en het zicht is prima hersteld. Eng is het maar eventjes, maar wanneer je de instructies van de arts juist opvolgt is er niks om bang voor te zijn.

Heb ik een verwijzing nodig voor de oogarts?

De zorg draait in Nederland, en veel andere landen, grotendeels om geld. Zodoende wil iedereen zich zo veel mogelijk aan de regels houden om nare verrassingen te voorkomen. Een vraag die vaak gesteld wordt is: Heb ik voor een bezoek aan de oogarts een verwijzing nodig van mijn huisarts?

© ANP

© ANP

Het simpele antwoord is ja, je hebt inderdaad een verwijzing nodig van de huisarts of een andere arts.
Het meer precieze antwoord is nee, je hebt niet persé een verwijzing nodig van de huisarts. Maar als je geen verwijzing hebt is de consequentie dat de kosten voor het consult niet vergoedt worden door de zorgverzekeraar: je zal zelf je consult moeten betalen. Een verwijzing van een opticien is géén geldige verwijzing voor de zorgverzekeraar, tenzij het een verwijzing van een optometrist betreft.

In het kort geldt:

  • Consult bij een oogarts met verwijzing: wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing: wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar, en is dus voor eigen kosten.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing, zonder zorgverzekering: passantentarief is van toepassing, verwijzing is ook niet nodig, in veel gevallen krijg je de factuur meteen mee. Passantentarieven zijn op de website van de zorgaanbieder te vinden.
  • Netvliesloslating (ablatio retinae)

    Een netvliesloslating is een aandoening die we niet graag voorbij zien komen tijdens het spreekuur. Hoewel er een operatie voor bestaat om de loslating op te lossen, is er vrijwel altijd blijvende schade. Een netvliesloslating is, de naam verraadt het al, een proces waarbij het netvlies loskomt van de achterliggende structuren. Dit heeft tot gevolg dat het netvlies niet meer functioneert op de “losgelaten” plek. Daarnaast wordt het netvlies niet meer op de juiste manier van voedingsstoffen voorzien/van afvalstoffen ontzien.

    Een netvliesloslating kan spontaan ontstaan, bijvoorbeeld bij mensen met een hoge mate van bijziendheid (myopie). Bij deze personen is het netvlies over het algemeen zwakker in de periferie. Dit is iets wat tijdens een consult met de oogarts ook daadwerkelijk gezien kan worden, waardoor er in sommige gevallen preventief een laserbehandeling wordt toegepast om de verbinding met de achterliggende structuren te verbeteren.

    Netvliesloslating

    Een achterste glasvochtloslating kan ook een netvliesloslating induceren. Als het glasvocht los komt van het netvlies, een normaal verouderingsproces, kan dit een scheurtje in het netvlies trekken. Dit scheurtje kan vervolgens doorscheuren met een netvliesloslating tot gevolg. Dit proces is te zien op bovenstaande afbeelding. Dit is dan ook de reden dat wij iedereen waarbij we een achterste glasvochtloslating verdenken 2x voor controle willen zien. Symptomen om op te letten zijn: spontane toename van “vliegjes” ofwel floaters in het beeld, lichtflitsen in het beeld of het zien van een groot zwart vlak als een gordijn welke voor het beeld schuift vanaf de zijkant. Bij 1 van voorgaande symptomen wordt een consult met een oogarts binnen 24 uur geadviseerd.

    De behandeling van een netvliesloslating is een ingrijpende operatie en dient zo snel mogelijk plaats te vinden, liefst binnen 24 uur. Hierbij wordt het glasvocht uit het oog verwijderd (vitrectomie). Zodoende trekt dit niet meer aan het netvlies. Het netvlies wordt vervolgens teruggeplaatst waarna het door middel van een laser (of bevriezing: cryocoagulatie) wordt vastgemaakt. Hierna wordt er een gas in het oog geplaatst welke er voor zorgt dat er geen vocht meer bij zojuist gelaserde plek kan komen. Dit is om het gelaserde gebied goed te kunnen laten verlittekenen waardoor deze zich stevig bindt. Dit gas lost vanzelf op na enige tijd (afhankelijk van het type gas). Tot die tijd is het ten strengste verboden om te vliegen: het gas kan dan uitzetten met mogelijk desastreuze gevolgen voor het oog. Bij deze behandeling wordt vaak ook meteen de al dan niet aanwezige staar geopereerd. Het is namelijk bekend dat er binnen 5 jaar staar optreedt na deze operatie. Bij oudere patiënten wordt hier preventief meteen op ingespeeld door een staaroperatie toe te passen.

    De prognose van deze behandeling is per patiënt verschillend. Als de gele vlek (macula) nog niet heeft losgelaten is de prognose voor het zicht een stuk beter dan wanneer de macula niet meer “aanliggend” is. Ook is de grootte van de loslating en de tijdsduur erg bepalend voor de uitkomst. Over het algemeen houden mensen vaak een vertekend, of iets afwijkend, beeld over na de operatie. Echter, als je een netvliesloslating niet zou opereren is de kans groot dat het zicht van het oog verloren gaat. Bij verdenking van een netvliesloslating en/of achterste glasvochtloslating is het zaak om zo snel mogelijk contact te zoeken met de huisarts om vervolgens een oogarts te bezoeken voor een spoed-consult. We controleren liever een keertje te veel dan dat we een keertje te weinig controleren.

    Oogheelkundige medische afkortingen

    Tegenwoordig is het niet gek meer om je eigen medische dossier op te vragen. Dit kan je doen omdat je zelf wil inzien wat de bevindingen van de arts zijn, maar ook omdat je wellicht overstapt naar een andere oogarts wegens bijvoorbeeld een verhuizing. Binnen de medische wereld wordt veel gebruik gemaakt van (vak)jargon en afkortingen. Hieronder poog ik om zo veel mogelijk afkortingen uit te leggen in simpele taal.

    • AGVL: Achterste GlasVocht Loslating, een loslating van het achterste glasvocht
    • an: Ante Noctum, voor de nacht
    • AT(ODS): Applanatie Tonometrie, een manier van oogdruk meten met daarbij het betreffende oog
    • CA: Corpus Alienum, vreemd lichaam, bijvoorbeeld een staalsplinter in het oog
    • cc: Cum Correctione, met (bril)correctie
    • CE: Cataract Extractie
    • CT: CoverTest, een test om de oogstand te bepalen
    • CV: Corpus Vitreum, het glasvocht/glasachtig lichaam aan de binnenkant van het oog achter de iris
    • DM: Diabetes Mellitus, suikerziekte
    • DT: Duratears, kunsttranen
    • F(ODS): Fundus (netvlies) bevindingen met daarbij het betreffende oog
    • Gtt: Guttae, druppels
    • GV: Glasvocht/glasachtig lichaam aan de binnenkant van het oog achter de iris
    • Inf: Inferior, aan de onderkant
    • IOL: Intra Oculaire Lens, een lens die wordt geïmplanteerd tijdens een staaroperatie
    • iter: Herhalen van reeds voorgeschreven medicatie
    • IVI: IntraVitreale Injectie
    • Nas: Nasaal, aan de neuskant
    • OD: Oculus Dexter, het rechter oog
    • ODS: Oculus Dexter et Sinister, beide ogen
    • OS: Oculus Sinister, het linker oog
    • PF: Pred Forte, corticosteroïd oogdruppels
    • Phaco: Phaco-emulsificatie, een methode om een staaroperatie uit te voeren
    • PPV: Pars Plana Vitrectomie, een behandeling waarbij het glasvocht uit het oog wordt verwijderd
    • PVD: Posterior Vitreous Detachment, een loslating van het achterste glasvocht
    • R/: Recept
    • Rx: Brilrecept
    • sc: Sine Conservans, druppels zonder conserveermiddel
    • sc: Sine Correctione, zonder (bril)correctie
    • SL(ODS): SpleetLamp bevindingen met daarbij het betreffende oog
    • Sup: Superior, aan de bovenkant
    • TD: TobraDex, combinatie oogdruppel met een corticosteroïd en antibiotica
    • Temp: Temporaal, aan de buitenkant
    • UA: Uveitus Anterior, ontstekingsreactie in de voorste oogkamer
    • UC zalf: Ultracortenol zalf, corticosteroïd zalf
    • ud: UniDose, druppels zonder conserveermiddel
    • V(ODS): Visus met het daarbij betreffende oog, veelal gevolgd door cc of sc
    • VOK: Voorste OogKamer, de ruimte tussen de iris en het hoornvlies
    • zn: Zo Nodig

    Zorgverzekeraars bepalen de zorg

    Zorgverzekeraars hebben in Nederland veel macht, en veel geld. Dat is niks nieuws. Echter elk jaar opnieuw proberen zorgverzekeraars steeds goedkopere zorg in te kopen bij gecontracteerde zorgleveranciers. Dit geldt ook vor de kliniek waar ik werk. Dit betekent dat de druk op poliklinische zorg steeds groter wordt, en deze niet winstgevend te krijgen is.

    Dat betekent dat een oogkliniek het louter moet hebben van operaties en ingrepen die verricht worden (denk aan staaroperaties of aan het wegsnijden van een bultje in het ooglid). Hiervoor koopt een zorgverzekeraar een bepaald aantal behandelingen bij de leverancier. In onze kliniek gaat dit meestal goed, behalve wanneer we spreken over CZ (Uzovi 9664; Centrale Verwerkingseenheid CZ: CZ, Delta Lloyd en OHRA), maar zo heeft elke tak van de gezondheidszorg en elke kliniek zijn eigen “vete” met een zorgverzekeraar.

    Vanuit het hele land komen patiënten naar ons toe om een staaroperatie uit te laten voeren. Dit omdat 1 van onze oogartsen een hele goede naam heeft opgebouwd in de 20+ jaar dat hij actief is als oogarts. Onze kliniek heeft een aanzuigende werking wat betreft staaroperaties, en zodoende verrichten wij er hier ook meer van dan gemiddeld. De percentages operaties versus patiënten liggen bij ons dus hoger dan bij bijvoorbeeld een perifeer ziekenhuis.

    Op het moment is het zo dat het budget van CZ (en aanverwanten) al een aantal maanden op is. Voor ons is dit vervelend, maar voor de patiënt deste vervelender. In de praktijk moet iedereen die bij CZ/Ohra/Delta Lloyd verzekerd is onnodig meer dan een halfjaar wachten; op zijn minst tot begin 2017. Dan wordt er nieuw budget ingekocht door de verzekeraar. Er is wel ruimte voor deze patiënten, iedereen die verzekerd is bij een andere verzekeraar wordt bij ons gewoon geholpen, maar als wij een operatie uitvoeren bij een CZ-verzekerde patiënt krijgen wij niks van de zorgverzekeraar uitgekeerd.

    Nu bekijken we de andere kant. Er zijn ook klinieken die geen contracten hebben met zorgverzekeraars. Deze kunnen zo veel indienen als zij willen; al wordt er bij hen structureel bijvoorbeeld 70% van de ingediende nota daadwerkelijk vergoedt door de zorgverzekeraar. Heel zwart-wit gekeken zou de kliniek en de patiënt er waarschijnlijk beter bij gebaat zijn als er dus géén contract zou zijn met de zorgverzekeraar. Echter dat zie ik niet zo snel gebeuren.

    Mijn punt in dit verhaal is dat ik van mening ben dat zorgverzekeraars te veel op hun geld zitten en zodoende de zorg veel te veel bepalen. De arts moet de eed afleggen, en vervolgens bepaalt de zorgverzekeraar wat er uiteindelijk in de kliniek en/of het ziekenhuis gebeurt.