De Nederlandse gezondheidszorg

Op 20-jarige leeftijd begon mijn zoektocht naar “wat ik later wil worden”. Na mijn 1e foute keuze ben ik daarna gaan studeren voor optometrist. De gezondheidszorg was niet per sé waar ik mijzelf werkzaam zag zijn toen ik jonger was. Nu ik een krappe 3 jaar werkzaam ben als optometrist bij een kleine oogkliniek in Bilthoven ben ik blij dat ik toch voor de gezondheidszorg heb gekozen.

De gezondheidszorg is waar je door persoonlijke aandacht het verschil kan maken. Waar je bij een verkoper/adviseur direct het gevoel hebt dat ze je iets aan willen smeren, wordt persoonlijke aandacht voor patiënten juist als geruststellend en vertrouwd ervaren.

De kleinschaligheid van de kliniek waar ik werkzaam ben is dan ook steevast hét verschil dat wij kunnen maken ten opzichte van de gezondheidsfabrieken welke wij ziekenhuizen noemen. Patiënten hebben altijd de zelfde arts en onderzoekers, en kennen ons vaak zelfs bij voornaam. Door onze kleinschaligheid kijken zorgverzekeraars niet naar ons om en is er moeite om rond te komen omdat zorgverzekeraars geen contracten afsluiten met een dergelijk kleine speler op de gezondheidsmarkt.

Dit heeft de kliniek doen besluiten om samen te werken met een grotere kliniek uit de regio, een kliniek waar wel contracten met zorgverzekeraars aanwezig zijn. Zodoende kunnen wij profiteren van de (prijs)afspraken van met deze zorgverzekeraars. Dit alles in een poging om kostendekkend te kunnen opereren. Deze kliniek heeft echter besloten de vestiging te sluiten. Wij gaan op in de grotere vestiging. Hierbij verliezen wij onze persoonlijke aandacht, in ruil voor (hopelijk) meer winstgevendheid om de innovaties binnen de gezondheidszorg te kunnen blijven toepassen in de zorg van alle dag. Van 2 artsen stijgen we naar 8 artsen, van 6 werknemers naar meer dan 50, van 3 spreekkamers naar 10.

De gezondheidszorg is de weg een beetje kwijt geraakt. Geld komt voor de patiënt. Efficiëntie is belangrijker dan persoonlijke aandacht. Waar wij als kliniek het verschil konden maken met persoonlijke aandacht en korte lijnen hebben de zorgverzekeraars maar één doel voor ogen. Zo groot mogelijke zorgfabrieken die zo efficiënt mogelijk en voor zo min mogelijk geld zorg leveren. Patiëntvriendelijke zorg is hierbij van ondergeschikt belang. Een simpel voorbeeld is het geven van 2 ooginjecties op 1 dag. Bij zorgverzekeraars kan dit niet gedeclareerd worden, zij denken dat wij frauderen omdat wij 2x een zelfde handeling delcareren op 1 dag. Gevolg voor de patiënt: 2x langskomen en vervoer regelen bij familie of een regiotaxi. Dat dit circus vaak maandelijks herhaald moet worden betekent een aanslag op de vrijheid van onze patiënten.

Ik ga met plezier naar mijn werk omdat wij van patiënten doorgaans positieve reacties ontvangen over onze manier van werken. Zoals een patiënt van ons recent beschreef in een schriftelijke reactie: “Ik heb de behandeling in Uw kliniek uitvoerig beschreven aangezien ik bij het ziekteproces en het overlijden van mijn vrouw geconfronteerd ben met de gebruikelijke wijze waarop in dit land medische zorg wordt verleend. Ik kan U verzekeren dat Uw kliniek daarvan in uiterst aangename zin afwijkt.” En dan te bedenken dat wij deze patiënt aanvankelijk moesten weigeren wegens een ontoereikend budget vanuit de zorgverzekeraar (CZ/Ohra).

Ik hoop dat de overheid op tijd wakker wordt, en zorgverzekeraars op tijd inzien dat door de teruglopende marges op verleende zorg, de alsmaar stijgende werkdruk en regeldrift het belangrijkste onderdeel van de gezondheidszorg wordt vergeten: de patiënt en zijn welbevinden.

Testje: vind zelf je blinde vlek

Iedereen heeft een blinde vlek, 1 per oog om precies te zijn. De blinde vlek is de plek in het netvlies waar de oogzenuw zich bevindt, hier kan het oog niks zien. De blinde vlek wordt ook wel eens de witte vlek genoemd. Hij bevindt zich aan de neuskant in het netvlies. Doordat het beeld in een oog gespiegeld wordt bevindt de blinde vlek in het gezichtsveld zich juist aan de buitenkant van het beeld.

Rechts bevindt zich de blinde vlek, de oogzenuw. Van hieruit treden bloedvaten het netvlies binnen en gaat informatie van de zenuwvezels in het netvlies naar de hersenen. Links van de oogzenuw zit een donkere vlek welke de gele vlek genoemd wordt, beter bekend als de macula.

Een simpel trucje om de blinde vlek in de praktijk te zien is door naar onderstaand plaatje te kijken. Kijk met je rechter oog naar het kruisje, doe het linker oog dicht. Vervolgens ga je langzaam met je hoofd naar voren richting het kruisje en zie je vanzelf de stip verdwijnen. Ga je nog verder naar voren komt de stip weer in beeld. De reden dat de stip wegvalt is omdat deze dan precies op de blinde vlek geprojecteerd wordt in het oog. Omdat de stip afwijkend is van de omgeving kunnen de hersenen hem niet invullen. Normaliter zie je je blinde vlek niet doordat de hersenen de automatisch het blinde vlekje in het beeld opvullen met dat wat zij logisch achten. Ook gebruiken de hersenen het beeld van het andere oog om de blinde vlek op te vullen wanneer je met allebei de ogen tegelijk kijkt.

 

Familiair glaucoom

Binnen de oogheelkunde zijn er 3 aandoeningen die vaak genoemd worden op het moment dat we vragen naar familaire oogheelkundige aandoeningen. Dit zijn staar op late leeftijd, maculadegeneratie en glaucoom. Glaucoom is een sluipmoordenaar, het veroorzaakt schade aan je gezichtsveld zonder dat je dit zelf doorhebt. Dit komt doordat de hersenen dusdanig slim zijn dat ze de “missende delen” van het gezichtsveld zelf invullen. Bevindt zich in die “missende delen” iets afwijkends, zoals een bal die de straat over komt rollen, dan neem je dit gewoonweg niet waar. Zie ook het voorbeeld hieronder.

Glaucoom in de praktijk, de zwarte vlek links op de foto bij plaatje B stelt een gezichtsvelddefect voor. De kleine zwarte vlek welke bij plaatje A en B te zien zijn is de oogzenuw ofwel de blinde vlek. Doordat de blinde vlek in beide  ogen op een tegenovergestelde locatie zit compenseert het andere oog de blinde vlek.

Als er sprake is van glaucoom in de familie, onafhankelijk van welke variant, dan is het altijd aan te raden om een oogarts te raadplegen. Bij glaucoom geldt namelijk dat er sprake is van een erfelijke component. Als glaucoom in de familie voorkomt stijgt voor jou ook de kans dat je glaucoom zou kunnen hebben. Hierbij is ook van belang hoe ernstig de mate van glaucoom in de familie is, en hoe dichtbij de persoon met glaucoom in de familie is (een oom is bijvoorbeeld minder belangrijk dan een moeder/zus). De oogarts heeft apparatuur waarmee we glaucoom kunnen ontdekken nog voordat dit voor problemen kan gaan zorgen zoals op bovenstaande foto. Zodoende kunnen we adequaat en preventief ingrijpen, bijvoorbeeld door oogdrukverlagende oogdruppels voor te schrijven of een laserbehandeling toe te passen die de oogdruk doet zakken. Doorgaans wordt aangeraden om deze preventieve controles in te zetten bij een leeftijd van 40+. De oogarts kan dan op basis van de oogdruk, de staat van de oogzenuw en andere eigenschappen van het oog een controletermijn vaststellen. Soms verzoeken we iemand elk jaar terug te komen, soms verzoeken we mensen om over 5 jaar terug te komen.

Het advies luidt dan ook: komt er glaucoom voor in de familie, vraag een verwijzing aan de huisarts om je hier preventief op te laten screenen.

Bandagelenzen

Bandagelenzen zijn vrij onbekend bij de meeste mensen. Ook oogartsen denken niet altijd aan bandagelenzen als optie om ernstige droge ogen te behandelen. Een bandagelens is in feite niet meer dan een zachte contactlens zonder sterkte. Een bandagelens functioneert als een soort pleister: hij dekt het oog af. Zo kan hij irritatie verminderen, en kan een beschadigd hoornvlies worden afgedekt voor invloeden van buitenaf en/of dat vervelende ooglid wat anders continu over een wondje glijdt. Zo kan het hoornvlies zich herstellen zonder dat dit direct veel pijn tot gevolg heeft. Mensen die bekend zijn met zachte contactlenzen zullen waarschijnlijk wel herkennen dat de ogen soms gevoeliger zijn ná het uithalen van de contactlenzen dan tijdens het dragen hiervan. Dit komt doordat de zachte contactlens de irritatie maskeert. Als dit het geval is dien je de contactlenzen vooral niet verder te dragen en doe je er verstandig aan om bij de contactlensspecialist langs te gaan. Wanneer iemand harde lenzen draagt (Rigid Gas Permeable, RGP) zal diegene bij irritatie direct zijn contactlenzen uitdoen, gewoonweg omdat inhouden dusdanig irriterend is dat dit niet is vol te houden. Dit maakt harde lenzen dan ook een veel veiligere optie dan zachte contactlenzen.

Een zachte contactlens

Bandagelenzen worden gebruikt bij mensen met bijvoorbeeld ernstige droge ogen. Ook worden ze gebruikt bij mensen die hun ogen hebben laten laseren door middel van een PRK-behandeling (ook bekend als LASEK) of een andere ingreep aan het hoornvlies. Bij mensen met droge ogen worden de bandagelenzen soms tijdelijk, maar vaak chronisch gedragen. Omdat het permanent dragen van een contactlens ook infectiegevaar met zich meebrengt wordt er regelmatig voor gekozen om hiernaast chronisch antibiotica-druppels te gebruiken (2x per dag chlooramfenicol, conserveermiddelvrij). Maandelijks worden de lenzen vervangen bij de oogarts en/of optometrist. De ogen worden dan ook maandelijks streng gecontroleerd. Zelf inzetten of uithalen is dan ook niet nodig, dat doen wij.

De zorgverzekeraar vergoedt bandagelenzen zonder sterkte vanuit de basisverzekering omdat deze gezien worden als verbandmiddelen zoals te lezen op de website van Zorginstituut Nederland (zie kopje “bijzondere optische hulpmiddelen”).

Vermoeide ogen tijdens of na het lezen

Tijdens of na het lezen hebben veel mensen last van vermoeide ogen en ervaren zij soms druk rondom de ogen die kan uitstralen naar het hoofd. Hierbij gaat geregeld ook tijdelijke vermindering van het zicht gepaard, het idee alsof je door een vlies kijkt. Dit vlies gaat meestal weg na goed knipperen. Tranende ogen of een zandkorrelgevoel kunnen hier ook bij optreden.

Al deze klachten wijzen allemaal naar een droog oog en horen allemaal bij elkaar (zie ook: brandende, jeukende of tranende ogen). Een droog oog kan een prikkeling geven welke de traanproductie vermeerdert wat zorgt voor tranende ogen (zie ook: de oorzaak van tranende ogen). Vermoeidheid na inspanning is een kenmerkende en veel gehoorde klacht van droge ogen. Droge ogen zijn vaak te verminderen met kunsttranen (lubricantia) zoals DuraTears of gels zoals Vidisic carbogel. Soms is massage en/of reiniging van de oogleden benodigd om blepharitis te behandelen en/of verstopte talgkliertjes vrij te maken.

Het makkelijke van droge ogen is dat je zelf heel goed kan aanvoelen of je genoeg druppelt of niet. Heb je ondanks gebruik van de druppels nog steeds klachten: druppel dan eens wat vaker. Gaat het erg goed en heb je nergens last van: bouw dan eens een druppeltje af en kijk hoe dat gaat. Kunsttranen hebben geen medische werking en mag je onbeperkt en ongelimiteerd gebruiken. Mocht je je intussen helemaal suf druppelen (bijvoorbeeld 6x of vaker) en lijkt het allemaal niet te helpen? Dan is het wellicht handig om toch even de oogarts te raadplegen. Hij/zij kan dan kijken of conserveermiddelvrije druppels wellicht beter werken, je misschien meer baat hebt bij vettigere druppels of zelfs een oogzalf, of dat er een andere oorzaak van je klachten is.

Een simpele tip om vermoeide ogen iets meer uit te kunnen stellen is om te druppelen vlak voor aanvang van de activiteit. Of dat nou lezen is of tv-kijken of autorijden, dat maakt niet uit.

De oorzaak van tranende ogen

Ik denk dat het veilig is om te stellen dat iedereen wel eens last heeft van tranende ogen. De een alleen in de winter op de fiets, de ander de hele dag door. Tranende ogen kunnen grofweg 2 oorzaken hebben. Soms is het lastig om er achter te komen welke van de 2 oorzaken de schuldige is van het tranen. Het is echter wel heel belangrijk om te weten met welke oorzaak je te maken hebt. Als je namelijk de afvoer van tranen gaat verbeteren door een ingreep terwijl de oorzaak bij een te droog oog ligt zullen de klachten juist toenemen. Daarnaast is het goed om te weten dat élk oog altijd tranen nodig zal hebben om goed te kunnen functioneren. 

Productie van tranen (droge ogen)
Geloof het of niet, maar de meeste tranende ogen beginnen als droge ogen. De ogen tranen meestal niet de gehele dag, maar vooral bij temperatuurwisselingen en intensief kijken zoals lezen en pc-werk. Als hierbij na enige tijd tranende ogen ontstaan komt dit doordat het oog in eerste instantie te droog is. Er wordt vervolgens een prikkel naar de traanklier gestuurd welke dan tranen gaat maken. Dit zijn tranen van het verkeerde soort, dezelfde als wanneer je huilt. Deze biggelen dan ook over je wangen. Om deze tranen te voorkomen zal je oogdruppels moeten gebruiken in de vorm van kunsttranen. Er is dus sprake van een “nat oog” waar vervolgens extra druppels in gedaan moeten worden. Na verloop van tijd zal je, bij consequent gebruik, merken dat de tranen inderdaad minder worden. Ook blepharitis is een belangrijke factor in dit verhaal.

Belangrijke symptomen van een “te droog tranend oog” zijn: tijdelijk wazig zicht na enige tijd intensief kijken, het idee van een vlies voor het beeld, brandende ogen, drukkend gevoel op de ogen. Droge ogen zijn vaker aan allebei de ogen aanwezig en zijn te verbeteren met oogdruppels, ooglidhygiëne, voorlichting en soms punctumplugs en/of een kappenbril. Dit is echter symptoombestrijding. Er is geen manier om de traanklier iets meer vocht te laten produceren van het goede soort.

Droge ogen kennen veel verschillende oorzaken. Denk hierbij aan omgevingsfactoren (airco), allergieën, systemische aandoeningen (syndroom van Sjögren, reuma), ooglidhygiëne et cetera.

De anatomie van de traanklier en traanwegen (aangeduid als traanbuis).


Afvoer van tranen
Als tranen de hele dag aanwezig zijn, ongeacht de activiteiten, zou er sprake kunnen zijn van een probleem in de afvoer van de tranen. De traanbuis kan bijvoorbeeld verstopt zitten. Dit is te testen door middel van een “anel”. Hierbij spuit de oogarts een beetje zoutoplossing in de traanweg. Indien de traanwegen vrij zijn zal deze vloeistof in de keel te proeven zijn. Is er een (partiële) obstructie, dan zal (een deel) van de oplossing terug komen in het oog via de bovenste traanpunt. Indien dit het geval is kan de obstructie door middel van een operatieve ingreep verholpen worden. Deze ingreep gaat vaak in samenwerking met een oogarts en een KNO-arts en wordt een dacryocystorhinostomie (DCR) genoemd.

Ook kan het ooglid wat zijn gaan hangen waardoor de traanpunt niet meer tegen het oog aan ligt, zoals bij een ectropion. Hierbij kan het traanvocht de weg naar de traanpunt niet vinden en zal het eerder over de wangen gaan lopen. Ook deze aandoening vereist operatief ingrijpen, bijvoorbeeld door het ooglid te laten draaien naar binnen zodat de traanpunt weer bij het oog komt.

Wanneer de traanwegen toegankelijk zijn en de traanpunten zijn goed gepositioneerd, en de oogarts weet zeker dat de klachten niet van een te droog oog komen, is er nog de optie om de traanpunt te vergroten. Dit noemt men een 2- of 3-snip. Hierbij wordt het openingetje waardoor de tranen wegvloeien iets vergroot. Dit bevordert de afvoer van de tranen.

Tranende ogen kunnen ook voorkomen bij wat minder frequent voorkomende problemen zoals chronische irritatie door een ooglid dat naar binnen gedraaid zit waarbij de wimpers het hoornvlies continu prikkelen. Zo zijn er wel meer oorzaken te bedenken die niet passen binnen de bovenstaande verdeling. De meeste tranende ogen zijn echter terug te dringen tot bovenstaande 2 oorzaken.

Communicatie tussen patiënt en arts

Communicatie met de patiënt is binnen de oogheelkunde erg belangrijk; net als bij vrijwel alle andere specialismen. Communicatie kan soms moeilijker zijn dan gewenst. Denk hierbij aan mensen die doof zijn, blind zijn of niet durven/kunnen praten wat bijvoorbeeld voorkomt bij mensen met het syndroom van Down. Het gebeurt helaas soms ook dat de patiënt een andere taal spreekt dan wij. Het is aan ons om zo veel mogelijk met handen en voeten (soms letterlijk) toch zo veel mogelijk informatie in te winnen. Hierom is het fijn als er iemand mee komt die dingen kan aanvullen of vertalen. Soms komt het voor dat er een begeleider mee komt die ook geen Nederlands spreekt, of er komt helemaal geen begeleider mee. De afgelopen 2 jaar is mij dit 2 keer overkomen. Een maal met een Turkse meneer die zijn dochter mee had genomen die minder goed de Nederlandse taal machtig was dan meneer zelf. Dit is niet positief voor het subjectieve gedeelte van het onderzoek, maar het objectieve gedeelte ondervindt hier doorgaans geen hinder van. Zodoende kunnen wij elke patiënt uiteindelijk altijd wel helpen.

© Ziekenhuis Survivalgids; wegwijs in de wereld van de witte jassen

Indien er getwijfeld wordt over het hebben van een aandoening zal er eerder over worden gegaan tot actie. Zo zullen we eerder oogdrukverlagende druppels voorschrijven bij iemand waarbij er een taalbarrière bestaat als deze wordt verdacht van het hebben van glaucoom; voorkomen is beter dan genezen. Aanvullend onderzoek (in dit geval een gezichtsveldonderzoek) bleek in de praktijk geen bruikbare resultaten op te leveren, reden genoeg voor een profylactische benadering. Wij hebben er in dit geval op aangestuurd dat dhr de volgende keer zijn andere dochter meeneemt, zij kon namelijk wel goed als tolk fungeren. Bij een volgend bezoek heeft deze meneer inderdaad dit advies opgevolgd en konden wij eventuele onduidelijkheden wegnemen van beide kanten. Gelukkig komen onze patiënten vrijwel nooit alleen.

E-haken kaart

Een taalbarrière, of communicatiebarrière komt regelmatig voor. Als je net van de opleiding af komt kan het in het begin wat lastig zijn om er mee om te gaan. Oefening baart kunst, blijkt in de praktijk. Met handbewegingen en het gebruik van simpele woorden (al dan niet in het Engels) kan je in de praktijk ver komen. Zo kan je bijvoorbeeld prima de visus opnemen door gebruik van E-haken of de Landolt-C kaart waarbij de patiënt alleen de richting van de opening hoeft aan te wijzen. Zo lukt het zelfs om bij analfabeten en dove mensen de gezichtsscherpte te meten.

De recente uitspraken van dhr. Kuzu zijn gelukkig onjuist binnen de oogheelkunde. Als optometrist weet ik niks van andere specialismen, maar ik kan mij niet indenken dat een arts voor de “easy way out” kiest. Een arts heeft namelijk een roeping om voor zijn/haar patiënt te zorgen en zal er alles aan doen om deze zo goed mogelijk te behandelen. Dit ongeacht de afkomst en taalvaardigheid van de patiënt. Sterker nog, ik heb ook regelmatig artsen consulten horen en zien voeren in hun eigen moedertaal. Dit gaat dan om Turkse of Marokkaanse artsen, al dan niet in Nederland geboren. Ik denk dat je je als patiënt niets beters kan wensen dan dat. En ter verduidelijking wil ik toevoegen dat dit niet om incidenten gaat, maar dat ik weet dat meerdere ziekenhuizen/klinieken dit zelfs op hun website vermelden.

Wat doet de orthoptist

Orthoptisten zijn speciaal opgeleid in het vakgebied dat zich richt op de samenwerking tussen de ogen. Denk hierbij aan scheelzien, luie ogen maar ook aan nystagmus. Waar de gewone oogarts en optometrist hier afhaken, gaan zij verder. Orthoptisten werken veelal zelfstandig en stellen hun eigen behandelplannen op. Dit blijft altijd onder superivisie van een oogarts, en elke patiënt moet ten minste eens door de oogarts gescreend zijn op afwijkingen aan het oog (hier zijn orthoptisten namelijk minder in thuis).

De meeste patiënten die bij de orthoptist komen zijn kleine kinderen, vaak tot 12 jaar. De orthoptist doet hierbij verschillende onderzoeken om de samenwerking van de ogen te bepalen, onderanderen door te testen op het zien van 3D. Ook zullen de kinderen hier in de regel druppels in hun ogen krijgen (cyclopentolaat) welke het accommodatievermogen van de ogen tijdelijk stil legt. Zodoende kan de orthoptist de sterkte van een eventueel benodigde bril bepalen. Jonge ogen zijn extra goed in accommmoderen, zodoende is het vrijwel onmogelijk om een correcte bril voor te schrijven zonder gebruik van deze druppels. Afhankelijk van de behandeling zal een patiënt bijvoorbeeld geopereerd kunnen worden om de scheelstand van de ogen te corrigeren. De uitgangspositie is dat daarbij eerst een eventueel lui oog behandeld moet zijn.

© littlefoureyes.com

Oudere mensen kunnen ook terecht komen bij de orthoptist. Denk hierbij aan mensen met dubbelzien klachten, een nystagmus, mensen die bekend zijn met multiple sclerose of bijvoorbeeld mensen met Parkinson. De orthoptist zal in deze gevallen kijken hoe de beste situatie voor deze patiënt benaderd kan worden, danwel met een bril, danwel door middel van een operatie, danwel door adviezen te geven in de zin van bijvoorbeeld het aannemen of vermijden van een bepaalde houding.

Voor volwassenen geldt in de regel dat zij eerst een afspraak krijgen bij een oogarts, en later een afspraak krijgen bij een orthoptist als dat nodig is. Voor kinderen wordt vrijwel altijd een gecombineerde afspraak gemaakt bij de orthoptist en daarna direct de oogarts. Let op, om een orthoptist te bezoeken is eveneens een verwijzing van de huisarts, jeugdarts of het consultatiebureau nodig.

Praktijkvoorbeeld: toxoplasmose

Eens in de zoveel tijd kom je in de praktijk een casus tegen die je anders naar bepaalde dingen laat kijken. Deze patiënt wat bekend met toxoplasmose, een infectie die haar moeder had opgelopen terwijl zij nog in ontwikkeling was in de buik van haar moeder. Toxoplasmose is een parasiet die zich bijvoorbeeld in kattenuitwerpselen bevindt. De mens geldt als tussengastheer voor de toxoplasmose. Toxoplasmose kan dodelijk zijn voor het ongeboren kind, en daarom mag je als zwangere vrouw dan ook geen kattenbakken verschonen.

Zelf heb ik ook toxoplasmose in mijn oog, mijn rechter om precies te zijn. Bij mij zit de toxoplasmose richting de buitenkant (periferie) van mijn netvlies, en is gedurende mijn hele leven rustig gebleven. Simpel gezegd heb ik nergens last van, en wist ik niet eens dat ik deze beschadiging met mij meedroeg. Onderstaande 2 foto’s zijn netvliesfoto’s (fundusfoto’s) van een patiënt waarbij toxoplasmose in allebei de ogen voorkwam. En dan ook nog eens op de meest vervelende plek die je kan bedenken: midden in de gele vlek (macula). Deze mevrouw heeft nooit scherp kunnen zien doordat het centrum van haar zicht altijd afwezig is geweest, net als dit bij mensen met maculadegeneratie op late leeftijd ook verloren kan gaan.

Op onderstaande foto’s (OCT’s) is een scan gemaakt van de macula van bovenstaande patiënt. Een normale macula kan je vinden in de eerste afbeelding op deze pagina. Je ziet dat er ter plaatse van de macula een soort krater is ontstaan. De krater zit ook niet in het midden van de scan, dit komt omdat deze mevrouw moest fixeren op een kruis: iets wat zij niet kan met het aangedane gebied van het nietvlies. Het netvlies kan hier niks zien, en zal met de huidige technieken niet gerepareerd kunnen worden. Mevrouw is in feite slechtziend. Deze mevrouw is geboren met deze afwijking en heeft zich zodoende zo goed mogelijk aangepast aan deze situatie. Dit in samenwerking met Koninklijke Visio en Bartimeus. Zij leren mensen om bijvoorbeeld met een stok te lopen, meten hulpmiddelen aan zodat iemand alsnog kan lezen danwel luisteren naar verhalen.

Waarom we alle metingen altijd zelf doen

Veel patiënten die bij ons voor de eerste keer komen zijn eerst langs de opticien geweest. De opticien kan vervolgens de klachten niet verklaren, ziet een vermindering in gezichtsscherpte of ziet andere aanwijzingen om de patiënt door te sturen naar de oogarts. Eenmaal aangekomen bij de oogarts begint het hele riedeltje weer van voor af aan. We (de ondersteuners) meten het zicht, we meten de brilsterkte, we meten de oogdruk. En dat terwijl de opticien juist alles netjes op een briefje heeft geschreven voor ons. Hoe zit dat nou?

Er zijn verschillende redenen om alle metingen nogmaals te doen. Een daarvan is dat wij zorg dragen dat al onze apparatuur goed onderhouden is, gekalibreerd is. En we hebben nogal wat apparaten in de oogheelkunde. Wij weten niet van elke opticien in de omgeving wanneer bij hen de apparatuur voor het laatst onderhoud heeft gehad. Zo voorkomen we dat we uitgaan van verkeerde waardes. Daarbij komt nog dat onze apparatuur mogelijk uitgebreider is (zo meet ons “luchtpufapparaat” ook de dikte van het hoornvlies, opticiens hebben dit meestal niet, dit is voor hun ook niet belangrijk), danwel een hogere scherpte/resolutie geeft dan die van de opticien. In ieder geval is een scan in onze database altijd scherper dan een kopietje op een A4’tje. Daarnaast kunnen we scans in onze database ook beter vergelijken met eventuele nieuwe scans die bij een volgend bezoek worden gemaakt.

Daar komt ook bij dat wij niet weten hoe geschoold degene is die de verwijzing geregeld heeft. Natuurlijk zijn wij redelijk op de hoogte welke opticiens in de regio betrouwbare resultaten bereiken en welke niet. Iedereen mag zich opticien noemen, ook zonder opleiding. Je zou eens moeten weten hoe vaak een patiënt wordt doorgestuurd door de opticien met een afname van de gezichtsscherpte. Bij de opticien wordt bijvoorbeeld 60% zicht gemeten, terwijl ik makkelijk tot de 100% zicht kom. Bij nader onderzoek blijkt er geen sprake te zijn van bijvoorbeeld staar, maar van een droog oog welke de klachten veroorzaakt. Een droog oog is tijdens de meting (refractie) gemakkelijk te herkennen, mits je weet op welke signalen je moet letten. Zouden we in bovenstaand geval de opticien hebben vertrouwd op zijn bevindingen, dan was er aanvullend onderzoek nodig geweest omdat wij het verlies in gezichtsscherpte dan niet zouden kunnen verklaren. Dit betekent onnodig terug komen, onnodig volle spreekuren en onnodige zorgkosten.

Soms is de gangbare apparatuur gewoonweg niet toereikend. Bij iemand met glaucoom willen we de oogdruk ouderwets met de hand meten. Dit omdat deze waardes veel betrouwbaarder zijn dan de luchtpuf, mits deze persoon goed genoeg geschoold is hierin. De opticien meet meestal alleen met de luchtpuf, deze is te beïnvloeden door bijvoorbeeld met de ogen te knijpen: de oogdruk die de luchtpuf meet schiet opeens omhoog. Meet ik hem applanatoir na (ouderwets met de hand), dan blijkt de oogdruk regelmatig lager uit te vallen. Zeker bij gespannen mensen. En laten we eerlijk zijn, van dat luchtpufje worden de meeste mensen toch gespannen.. Ik in ieder geval ook.

Het komt ook voor dat mij gevraagd wordt waarom ik allerlei onnodige metingen doe terwijl iemand bijvoorbeeld puur en alleen komt voor een bultje op zijn ooglid. Dat antwoordt is vrij simpel; we willen een uitgangswaarde vastleggen. Als iemand over 5 jaar komt met klachten van het zicht, dan willen we terug kunnen kijken. Hoe was het zicht toen er geen klachten waren? Welke sterkte zat er toen in de bril? De constateringen die we nu doen, zijn die veranderd ten opzichte van 5 jaar geleden? Zodoende meten we eerst graag voordat we, in het geval van een bultje, het mes in iemand zijn ooglid zetten.