Waarom we alle metingen altijd zelf doen

Veel patiënten die bij ons voor de eerste keer komen zijn eerst langs de opticien geweest. De opticien kan vervolgens de klachten niet verklaren, ziet een vermindering in gezichtsscherpte of ziet andere aanwijzingen om de patiënt door te sturen naar de oogarts. Eenmaal aangekomen bij de oogarts begint het hele riedeltje weer van voor af aan. We (de ondersteuners) meten het zicht, we meten de brilsterkte, we meten de oogdruk. En dat terwijl de opticien juist alles netjes op een briefje heeft geschreven voor ons. Hoe zit dat nou?

Er zijn verschillende redenen om alle metingen nogmaals te doen. Een daarvan is dat wij zorg dragen dat al onze apparatuur goed onderhouden is, gekalibreerd is. En we hebben nogal wat apparaten in de oogheelkunde. Wij weten niet van elke opticien in de omgeving wanneer bij hen de apparatuur voor het laatst onderhoud heeft gehad. Zo voorkomen we dat we uitgaan van verkeerde waardes. Daarbij komt nog dat onze apparatuur mogelijk uitgebreider is (zo meet ons “luchtpufapparaat” ook de dikte van het hoornvlies, opticiens hebben dit meestal niet, dit is voor hun ook niet belangrijk), danwel een hogere scherpte/resolutie geeft dan die van de opticien. In ieder geval is een scan in onze database altijd scherper dan een kopietje op een A4’tje. Daarnaast kunnen we scans in onze database ook beter vergelijken met eventuele nieuwe scans die bij een volgend bezoek worden gemaakt.

Daar komt ook bij dat wij niet weten hoe geschoold degene is die de verwijzing geregeld heeft. Natuurlijk zijn wij redelijk op de hoogte welke opticiens in de regio betrouwbare resultaten bereiken en welke niet. Iedereen mag zich opticien noemen, ook zonder opleiding. Je zou eens moeten weten hoe vaak een patiënt wordt doorgestuurd door de opticien met een afname van de gezichtsscherpte. Bij de opticien wordt bijvoorbeeld 60% zicht gemeten, terwijl ik makkelijk tot de 100% zicht kom. Bij nader onderzoek blijkt er geen sprake te zijn van bijvoorbeeld staar, maar van een droog oog welke de klachten veroorzaakt. Een droog oog is tijdens de meting (refractie) gemakkelijk te herkennen, mits je weet op welke signalen je moet letten. Zouden we in bovenstaand geval de opticien hebben vertrouwd op zijn bevindingen, dan was er aanvullend onderzoek nodig geweest omdat wij het verlies in gezichtsscherpte dan niet zouden kunnen verklaren. Dit betekent onnodig terug komen, onnodig volle spreekuren en onnodige zorgkosten.

Soms is de gangbare apparatuur gewoonweg niet toereikend. Bij iemand met glaucoom willen we de oogdruk ouderwets met de hand meten. Dit omdat deze waardes veel betrouwbaarder zijn dan de luchtpuf, mits deze persoon goed genoeg geschoold is hierin. De opticien meet meestal alleen met de luchtpuf, deze is te beïnvloeden door bijvoorbeeld met de ogen te knijpen: de oogdruk die de luchtpuf meet schiet opeens omhoog. Meet ik hem applanatoir na (ouderwets met de hand), dan blijkt de oogdruk regelmatig lager uit te vallen. Zeker bij gespannen mensen. En laten we eerlijk zijn, van dat luchtpufje worden de meeste mensen toch gespannen.. Ik in ieder geval ook.

Het komt ook voor dat mij gevraagd wordt waarom ik allerlei onnodige metingen doe terwijl iemand bijvoorbeeld puur en alleen komt voor een bultje op zijn ooglid. Dat antwoordt is vrij simpel; we willen een uitgangswaarde vastleggen. Als iemand over 5 jaar komt met klachten van het zicht, dan willen we terug kunnen kijken. Hoe was het zicht toen er geen klachten waren? Welke sterkte zat er toen in de bril? De constateringen die we nu doen, zijn die veranderd ten opzichte van 5 jaar geleden? Zodoende meten we eerst graag voordat we, in het geval van een bultje, het mes in iemand zijn ooglid zetten.