Communicatie tussen patiënt en arts

Communicatie met de patiënt is binnen de oogheelkunde erg belangrijk; net als bij vrijwel alle andere specialismen. Communicatie kan soms moeilijker zijn dan gewenst. Denk hierbij aan mensen die doof zijn, blind zijn of niet durven/kunnen praten wat bijvoorbeeld voorkomt bij mensen met het syndroom van Down. Het gebeurt helaas soms ook dat de patiënt een andere taal spreekt dan wij. Het is aan ons om zo veel mogelijk met handen en voeten (soms letterlijk) toch zo veel mogelijk informatie in te winnen. Hierom is het fijn als er iemand mee komt die dingen kan aanvullen of vertalen. Soms komt het voor dat er een begeleider mee komt die ook geen Nederlands spreekt, of er komt helemaal geen begeleider mee. De afgelopen 2 jaar is mij dit 2 keer overkomen. Een maal met een Turkse meneer die zijn dochter mee had genomen die minder goed de Nederlandse taal machtig was dan meneer zelf. Dit is niet positief voor het subjectieve gedeelte van het onderzoek, maar het objectieve gedeelte ondervindt hier doorgaans geen hinder van. Zodoende kunnen wij elke patiënt uiteindelijk altijd wel helpen.

© Ziekenhuis Survivalgids; wegwijs in de wereld van de witte jassen

Indien er getwijfeld wordt over het hebben van een aandoening zal er eerder over worden gegaan tot actie. Zo zullen we eerder oogdrukverlagende druppels voorschrijven bij iemand waarbij er een taalbarrière bestaat als deze wordt verdacht van het hebben van glaucoom; voorkomen is beter dan genezen. Aanvullend onderzoek (in dit geval een gezichtsveldonderzoek) bleek in de praktijk geen bruikbare resultaten op te leveren, reden genoeg voor een profylactische benadering. Wij hebben er in dit geval op aangestuurd dat dhr de volgende keer zijn andere dochter meeneemt, zij kon namelijk wel goed als tolk fungeren. Bij een volgend bezoek heeft deze meneer inderdaad dit advies opgevolgd en konden wij eventuele onduidelijkheden wegnemen van beide kanten. Gelukkig komen onze patiënten vrijwel nooit alleen.

E-haken kaart

Een taalbarrière, of communicatiebarrière komt regelmatig voor. Als je net van de opleiding af komt kan het in het begin wat lastig zijn om er mee om te gaan. Oefening baart kunst, blijkt in de praktijk. Met handbewegingen en het gebruik van simpele woorden (al dan niet in het Engels) kan je in de praktijk ver komen. Zo kan je bijvoorbeeld prima de visus opnemen door gebruik van E-haken of de Landolt-C kaart waarbij de patiënt alleen de richting van de opening hoeft aan te wijzen. Zo lukt het zelfs om bij analfabeten en dove mensen de gezichtsscherpte te meten.

De recente uitspraken van dhr. Kuzu zijn gelukkig onjuist binnen de oogheelkunde. Als optometrist weet ik niks van andere specialismen, maar ik kan mij niet indenken dat een arts voor de “easy way out” kiest. Een arts heeft namelijk een roeping om voor zijn/haar patiënt te zorgen en zal er alles aan doen om deze zo goed mogelijk te behandelen. Dit ongeacht de afkomst en taalvaardigheid van de patiënt. Sterker nog, ik heb ook regelmatig artsen consulten horen en zien voeren in hun eigen moedertaal. Dit gaat dan om Turkse of Marokkaanse artsen, al dan niet in Nederland geboren. Ik denk dat je je als patiënt niets beters kan wensen dan dat. En ter verduidelijking wil ik toevoegen dat dit niet om incidenten gaat, maar dat ik weet dat meerdere ziekenhuizen/klinieken dit zelfs op hun website vermelden.

Wat doet de orthoptist

Orthoptisten zijn speciaal opgeleid in het vakgebied dat zich richt op de samenwerking tussen de ogen. Denk hierbij aan scheelzien, luie ogen maar ook aan nystagmus. Waar de gewone oogarts en optometrist hier afhaken, gaan zij verder. Orthoptisten werken veelal zelfstandig en stellen hun eigen behandelplannen op. Dit blijft altijd onder superivisie van een oogarts, en elke patiënt moet ten minste eens door de oogarts gescreend zijn op afwijkingen aan het oog (hier zijn orthoptisten namelijk minder in thuis).

De meeste patiënten die bij de orthoptist komen zijn kleine kinderen, vaak tot 12 jaar. De orthoptist doet hierbij verschillende onderzoeken om de samenwerking van de ogen te bepalen, onderanderen door te testen op het zien van 3D. Ook zullen de kinderen hier in de regel druppels in hun ogen krijgen (cyclopentolaat) welke het accommodatievermogen van de ogen tijdelijk stil legt. Zodoende kan de orthoptist de sterkte van een eventueel benodigde bril bepalen. Jonge ogen zijn extra goed in accommmoderen, zodoende is het vrijwel onmogelijk om een correcte bril voor te schrijven zonder gebruik van deze druppels. Afhankelijk van de behandeling zal een patiënt bijvoorbeeld geopereerd kunnen worden om de scheelstand van de ogen te corrigeren. De uitgangspositie is dat daarbij eerst een eventueel lui oog behandeld moet zijn.

© littlefoureyes.com

Oudere mensen kunnen ook terecht komen bij de orthoptist. Denk hierbij aan mensen met dubbelzien klachten, een nystagmus, mensen die bekend zijn met multiple sclerose of bijvoorbeeld mensen met Parkinson. De orthoptist zal in deze gevallen kijken hoe de beste situatie voor deze patiënt benaderd kan worden, danwel met een bril, danwel door middel van een operatie, danwel door adviezen te geven in de zin van bijvoorbeeld het aannemen of vermijden van een bepaalde houding.

Voor volwassenen geldt in de regel dat zij eerst een afspraak krijgen bij een oogarts, en later een afspraak krijgen bij een orthoptist als dat nodig is. Voor kinderen wordt vrijwel altijd een gecombineerde afspraak gemaakt bij de orthoptist en daarna direct de oogarts. Let op, om een orthoptist te bezoeken is eveneens een verwijzing van de huisarts, jeugdarts of het consultatiebureau nodig.