Bijziend of verziend, wat is wat ook al weer?

Myopie of hypermetropie
Bijziendheid en verziendheid zijn termen die iedereen wel eens gehoord heeft. Deze 2 termen dekken lang niet alle afwijkingen qua sterkte, maar geven snel een beeld van wat iemand voor afwijking heeft. Het is zo dat bijziend betekent dat diegene voorwerpen van dichtbij scherp ziet. Dit geldt andersom voor verziend: die persoon ziet veraf juist scherp. Maar daar zit ook meteen een valkuil. Iemand met een afwijking van +6 in zijn bril is verziend. Echter, deze persoon ziet zonder bril zowel veraf als dichtbij wazig. Als we dit omdraaien, we nemen iemand met een bril van -6, dan ziet deze persoon inderdaad scherp voor dichtbij. Maar een simpel rekensommetje (1/6=0.16) leert ons dat deze persoon op een afstand van 16cm scherp zal kunnen zien. De normale leesafstand is doorgaang ±42cm. Deze persoon kan dus niet scherp lezen, tenzij het object erg dichtbij gehouden wordt. Een opticien spreekt dan ook liever van myopie (min-sterkte) en hypermetropie (plus-sterkte). Iemand die verziend is hoeft namelijk helemaal niet scherp te kunnen zien in de verte: dat geeft verwarring. Maar er zijn nog meer aspecten in brilsterkte die het zicht kunnen beïnvloeden.

De vorming van het beeld op het netvlies bij een myoop en een hyptermetroop oog.

De vorming van het beeld op het netvlies bij een myoop en een hypermetroop oog.

Cilinder
Daarnaast hebben we ook nog de cilinder. Dit aspect van de brilsterkte heb ik al uitgelegd in het artikel “Wat is een cilinder?“.

Hoe mooi het oog ook is, bijna niemand heeft 2 perfect ronde ogen. Hoe krommer het hoornvlies, hoe sterker de lichtstralen worden gebroken. Dit wordt weergegeven als de verticale lichtstralen die breken op het “1st focal point”, en de horizontale lichtstralen die breken op het “2nd focal point”.

In plaats van 1 mooi brandpuntje, ontstaan er 2 brandpunten (meer precies: brandlijnen). Nu willen we deze 2 brandpunten natuurlijk op elkaar krijgen op de gele vlek in het oog: dan zien we het scherpst. Dit doen we in dit geval door de lichtstralen in de verticale richting minder sterk te laten breken. Dit noemen we een cilindersterkte.

Presbyopie
Een moment waarop veel mensen de opticien bezoeken is rondom een leeftijd van 45 jaar. Er ontstaan leesproblemen, en ook in de verte wordt het zicht soms minder. Het instelvermogen van de ooglens (accommodatie), en daarmee het vermogen om beelden scherp op het netvlies te krijgen wanneer deze op een kortere afstand worden gehouden neemt af. Dit is een geleidelijk proces en zal bij iedereen voorkomen. Aan de hand van de leeftijd is het ook vrij gemakkelijk om in te schatten wat deze afwijking precies is. Dit is, anders dan bij myopie/hypermetropie/cilinder een sterkte die niks zegt over de vorm of de bouw van het oog. Het gaat louter om het instelvermogen, en dit zegt dan ook niks over het oog zelf, maar alleen over de leeftijd van de ooglens. Dit zorgt er echter wel voor dat iemand die nooit een bril nodig heeft gehad wazig gaat zien voor dichtbij, maar veraf scherp ziet: deze persoon lijkt dan verziend. Ook hier zien we dat deze term niet accuraat is. Er is namelijk sprake van presbyopie: een afname van het accommodatievermogen van het oog.

Concluderend
De termen bijziendheid en verziendheid maken het voor een leek snel inzichtelijk om wat voor afwijking het grofweg gaat. De term is zodoende dan ook redelijk toereikend voor de meeste mensen. Echter, voor opticiens, contactlensspecialisten en optometristen dekt dit niet de lading: we willen meer weten over de precieze afwijking van de ogen. Als u dan ook de term bijziendheid of verziendheid gebruikt zal de opticien deze graag nader toelichten voor uw situatie.

Geplaatst in Brillen, Contactlenzen en getagd met , , , , , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *