De andere kant van maculadegeneratie

In febrauri/maart 2015 ging ik naar een sollicitatiegesprek bij wat nu mijn huidige werkgever is. Toen ik in de wachtkamer zat te wachten zat daar een oudere man, meneer S., met een loep een boek te lezen. Meneer S. was in de 90, maar ondanks zijn leeftijd nog bijzonder goed bij de geest en maakte een fitte indruk. Het boek ging over de geschiedenis van Utrecht, de regio waarin de kliniek zich bevindt. Als net afgestudeerd optometrist ging ik ervan uit dat deze meneer maculadegeneratie zou hebben.

Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik eenmaal aangenomen was en tijdens het spreekuur kennis maakte met meneer S. Er bleek sprake te zijn van natte maculadegeneratie in beide ogen. Hiervoor werd +/- om de 4 weken een injectie toegediend in zijn ogen. Dit betekent dat we meneer S. zo’n 2x per maand zouden zien. Ondanks zijn ernstig slechte visus was meneer S. altijd de positiviteit zelve. Als de injectie er weer op zat zei hij dit “fantastisch” of “geweldig” te vinden nadat hij was opgeveerd uit de behandelstoel. Nadien meldde hij bij de balie vrolijk dat hij weer “terug mocht komen”. Meestal over 4 weken. Met een glimlach, en een nieuwe afspraak, ging meneer S. altijd weer de deur uit.

De injecties zorgen er voor dat zijn visus niet slechter zou worden, zodat hij zou kunnen blijven lezen. Een verbetering van zijn visus was helaas geen reële verwachting meer. In december 2015 zou meneer weer een injectie krijgen. Meneer S. verscheen echter niet op de afspraak, en had zich ook niet afgemeld. Hoogst ongebruikelijk voor iemand die altijd trouw een halfuur te vroeg aanwezig was. 2 weken later heeft de secretaresse gebeld met meneer S. Hij bleek ziek te zijn geweest, maar het ging langzaam beter met hem. Er werd geen concrete afspraak gemaakt, hij zou contact met ons opnemen zodra het weer goed met hem ging.

Vandaag kwam er een brief binnen van zijn zorgverzekeraar, een kopie van de facturen die naar zijn huisadres waren verstuurd. Verbijsterd last ik dat de aanhef betrof “de erven van dhr. S.”. Een vermoeden wat bij mij al heerste werd bevestigd. Meneer S. was overleden. Op de een of andere manier ben ik altijd bang geweest voor dit moment. Dat de eerste patiënt waarmee je tijdens je werk een band hebt opgebouwd komt te overlijden. Ik zal meneer S. blijven herinneren als een uiterst positieve en vrolijke meneer welke je dag altijd kon opfleuren als alles wat minder soepel verliep dan gewenst. Ik hoop u niet heeft geleden, en niet eenzaam bent geweest tijdens uw laatste dagen.

Uit respect voor de nabestaanden, en wegens mijn medisch beroepsgeheim, is de achternaam geanonimiseerd en komt de eerste letter niet overeen met zijn daadwerkelijke achternaam.

Geplaatst in Anekdote, Oogarts, Zicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *