Multifocale contactlenzen

Stel: je bent 40+ en krijgt meer moeite met het lezen van de kleine lettertjes. Een bril zie je niet zitten, of je hebt altijd al lenzen gedragen. Dan zijn multifocale contactlenzen misschien dé oplossing voor jou. Er zitten echter wel een aantal haken en ogen aan deze lenzen. In dit artikel zal ik uitleggen hoe deze lenzen precies werken, en welke opties er allemaal zijn. Voor allemaal geldt: het ei van columbus is nog niet uitgevonden in contactlenzen, en wanneer het donkerder wordt kan je meer last krijgen van een verstoord beeld.

Vanaf welke leeftijd kan je contactlenzen gaan dragen?

Een zachte contactlens.

Monovisie:
Monovisie is gebaseerd op het feit dat 1 oog word ingesteld voor dichtbij, en het andere oog optimaal wordt gemaakt voor de verte. Zodoende heb je voor elke situatie 1 oog dat een optimaal beeld geeft. Het lastige zit hem in het schakelen, je moet het goede oog op het juiste moment gebruiken. In het begin is dat ook erg wennen, maar áls het lukt heeft monovisie voor veel contactlensspecialisten de voorkeur. Het is duidelijk wat er gebeurt wanneer we een sterkte aanpassen, de lenzen blijven betaalbaar, en het geeft het beste zicht. Doorzetten is een pré. Maar naarmate de sterkte voor het lezen toeneemt, en daarmee ook het sterkteverschil tussen beide ogen, kan monovisie weer meer problemen opleveren.

Zachte multifocale lenzen:
Multifocale lenzen zijn meestal opgebouwd uit ringen. Deze ringen hebben verschillende sterkten, maar zijn met het blote oog niet zichtbaar. Een voorbeeld van een opbouw in lenzen zie je hieronder staan. De lens op het linker plaatje heeft in het midden de sterkte voor de verte. Daar omheen zit een progressieve zone naar de maximale leessterkte. Het idee hierbij is dat het belangrijkste, de vertesterkte, in het midden zit. Dit geeft het beste zicht voor veraf, maar biedt minder ondersteuning met het lezen. Daarom kan er gekozen worden om het niet-dominante oog een omgekeerd design te geven. Hierbij ondersteunt dit oog het lezen, zonder dat het al te veel stoort in de verte: het is immers het niet-dominante oog. Een contactlensspecialist kan spelen in de verschillende designs van de lenzen, alsook de leessterkte. Zo kan ook gedeeltelijke monovisie bereikt worden door met de sterkte te spelen in de lenzen. Als klant ben je je hier meestal niet van bewust, tenzij de specialist dit expliciet uitlegt.

mfcontact

Verschillende zones in een multifocale contactlens.

Harde multifocale lenzen:
Harde multifocale lenzen zijn de favoriet van de ervaren contactlensspecialist. Qua opbouw komen ze overeen met de zachte lenzen. Harde lenzen zijn echter beter te manipuleren. Door met de vormgeving van de lens te spelen proberen we de lens zo stabiel mogelijk te krijgen. Met andere woorden: het is inzichtelijker hoe de lens beweegt en wat de gevolgen zijn voor het zicht. Ook kunnen we makkelijker de vormgeving aanpassen waardoor de lens zich anders gaat gedragen op het oog, wat het zicht ten goede moet komen.

Vaak zijn de uitkomsten van harde multifocale lenzen beter als we kijken naar het zicht. Dit  geldt ook voor gewone vertelenzen overigens. Maar veel mensen zijn gewend aan zachte lenzen, en willen daar bij blijven vanwege het comfort. Persoonlijk probeer ik altijd eerst monovisie uit. Hierbij is uitleg heel belangrijk, anders werkt het sowieso niet. Werkt dit niet, dan proberen we multifocale lenzen. Hierbij is de uitleg nóg belangrijker omdat het niet altijd even goed te overzien is wat de uitkomst gaat worden. Wanneer iemand zachte lenzen draagt probeer ik eerst daarin een optimale situatie te creëren. Dit zelfde geldt ook voor harde lenzen. Maar als zachte multifocale lenzen niet werken kan altijd nog overgestapt worden naar harde lenzen. Dit alternatief heb je andersom eigenlijk niet. De stap van harde multifocale lenzen naar zachte multifocale lenzen is onlogisch, omdat de eerste variant vaak de beste uitkomsten geeft.

Casus uit de praktijk:
Laatst had ik een man op controle die problemen kreeg met het lezen. Deze man was al bekend met monovisie, maar dit werkte inmiddels niet meer. Door een aandoening had het rechter oog helaas een zicht van 30%, terwijl het andere oog 120% zicht haalde. Ik besloot om op zijn goede oog, het linker oog, een multifocale lens te plaatsen waarbij in het midden de sterkte voor de verte zat. De leessterkte heb ik op 1.50 gehouden. Het rechter oog kreeg een lens met daarin de leessterkte in het midden. Dit oog deed in de verte niet veel, dus kon goed als ‘hulpje’ worden gebruikt voor het lezen. De leessterkte stelde ik vast op 2.00, en ik heb de lens expres een half punt te zwak gehouden qua vertesterkte. Hiermee hield ik dus, in verminderde mate, vast aan de monovisie: meneer was hier immers al aan gewend. Effectief gaven we het rechter oog dus een leessterkte van 2.50.

De controle 2 weken later ging positief. Het zicht in de verte was met nogsteeds 120%, dat is mooi want dat houdt in dat de leessterkte in de linker lens het vertezicht niet verstoorde. Dit is ook iets wat meneer zelf aangaf. Het lezen ging ook goed, hierbij werd een zicht van 100% behaald op een afstand van 40 cm. De leeslens kon nog iets sterker, dan ging het lezen iets gemakkelijker. In overleg hebben we besloten om dit nog niet te doen. Meneer was namelijk al gelukkig met de situatie hoe deze nu was. Mocht in een halfjaar het lezen meer een probleem worden, dan kunnen we de volgende keer alsnog de leessterkte iets opvoeren.

Het mooie aan dit verhaal was dat deze meneer al enige tijd bezig was met de monovisie. Dit ging steeds slechter, en het aanpassen van de sterktes bracht niet de gewenste verbetering. Voor mij was het de eerste keer dat ik meneer op controle kreeg, en ik besloot in overleg met meneer om het hele systeem om te gooien. Ik heb goed uitgelegd wat we gingen doen, en wat meneer kon verwachten. Meneer heeft zich hier goed op ingesteld, waardoor we een mooi resultaat kregen. Het was in 1 keer raak, we hadden meteen een lenssysteem waar we allebei blij van werden! We zien elkaar weer over 6 maanden.

 

Geplaatst in Anekdote, Contactlenzen en getagd met , , , , , .

2 reacties

  1. Ik ben momenteel aan een tweede paar multifocale harde lenzen toe. Het tweede setje heeft een grotere diameter. Dit omdat bij het eerste setje het moeilijk was de afstand scherpte in te stellen en met name in het donker. Het tweede setje geeft betere resultaten overdag maar s’avonds is het beeld tbv autorijden nog steeds niet voldoende. Ook slaat de lens sneller troebel. De multifocale lenzen hebben beide aan de buitenkant een leesgedeelt in het midden voor veraf. Heeft u nog tips om te proberen. De huidige specialist geeft aan dat deze perfect zitten en dat het nu een kwestie van wennen is of terug naar “normale” verte lenzen. Ben ik inderdaad uitgeprobeerd?

    • Het klinkt alsof de meest ideale situatie inderdaad bereikt is voor multifocale contactlenzen. Helaas werken multifocale lenzen niet bij iedereen. Een optie zou zijn om (een lichte vorm) van monovisie toe te passen. Dat wil zeggen, het niet-dominante oog te ondercorrigeren zodat deze voor het lezen gebruikt kan worden. Mijn persoonlijke ervaring is dat de resultaten hiermee vaak beter zijn. Als dat ook niet werkt moet het denk ik inderdaad bij “vertelenzen + een leesbril” gehouden worden.

      Nb. Multifocale lenzen zullen in situaties met weinig licht altijd meer storen. De pupil wordt groter waardoor je meer door de leesgedeeltes gaat kijken van de contactlens. Hier is echter meestal niks aan te veranderen als de contactlens al goed past. De specialist kan wat spelen met sterktes, maar ik ga er van uit dat hij/zij dat al gedaan heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *