Medicijngebruik en de ogen

Bij een goede anamnese hoort naast het uitvragen van de klachten ook het uitvragen van de medicatie. In het ziekenhuis is dit geen probleem, maar in de optiek hoor ik dan vaak de reactie “ik gebruik wel medicijnen maar die doen niks met de ogen.” Deze aanname is helaas fout, alle medicijnen hebben bijwerkingen, vaak ook oogheelkundig. Zo kunnen medicijnen droge ogen veroorzaken, of wisselingen in het zicht. Aangezien een optometrist geen medicijnen heeft gestudeerd, zal een optometrist in de optiek niet alle medicijnen kennen. Het overgrote deel van de voorgeschreven medicatie is echter vrij makkelijk te herleiden. Zo zullen de medicijnen voor een hoge bloeddruk, diabetes mellitus, verhoogd cholesterol en hart en vaat ziekten vaak wel bekend zijn, aangezien deze erg vaak voor komen.

Medicatie

Aan de hand van de medicatie die u gebruikt kunnen we niet alleen kijken naar eventuele oogheelkundige afwijkingen die daardoor veroorzaakt kunnen worden, maar we kunnen het ook omdraaien. Als we weten dat u 2x per dag 500mg metformine slikt, dan weten we automatisch dat u bekend bent met diabetes mellitus. Zodoende zijn we extra attent op de afwijkingen die voor kunnen komen bij diabetes mellitus, alsmede de afwijkingen die veroorzaakt kunnen worden door de medicatie (bijwerkingen). Zelfs een simpel pilletje als desloratadine (Aerius) welke gebruikt wordt voor de hooikoorts, en vrij verkrijgbaar is, kan bij ons al de puzzelstukjes in elkaar laten vallen.

Het is erg makkelijk om een overzicht te krijgen van de medicatie die u gebruikt. Vraag dit aan bij uw apotheek en zij zullen een overzicht uitdraaien. Neem dit mee wanneer u naar het ziekenhuis gaat, maar ook wanneer u naar de opticien gaat! Kies voor een goede opticien, liefst een waar een optometrist werkzaam is, zodat uw ogen echt serieus genomen worden. Indien de huisarts u doorverwijst naar de oogarts dan staat de medicatie vaak ook op de verwijsbrief. Controleer het overzicht voordat u naar ons toe komt, vaak staat er nog reeds gestaakte medicatie op de lijst.

Oogheelkunde: wie doet wat?

Oog

Binnen de oogheelkunde zijn er veel verschillende taken die je kan verrichten. Maar wie doet nou precies wat? Kan een opticien ook lenzen controleren? En kan een optometrist medicatie voorschrijven? En wat doet de assistent van de oogarts allemaal? We onderscheiden 2 verschillende takken van de oogheelkunde: de optiek en het ziekenhuis en beschrijven wie er werken en wat hun taken zijn. Onderstaand overzicht is hoe het is geregeld op mijn werkplekken. Dat neemt niet weg dat een ander ziekenhuis er een andere visie op na kan houden waardoor het proces net iets anders kan lopen.

Optiek:
Opticien: Een opticien meet de sterkte van de ogen. Daarnaast wordt een opticien opgeleid om de klant van een zo goed mogelijk advies te voorzien wat betreft montuur, glazen et cetera. Achter de schermen zal een opticien de brillen repareren en monteren. Dit is een MBO opleiding.
Contactlensspecialist: Een contactlensspecialist is altijd eerst een opticien, en leert daarna verder over contactlenzen. Een opticien leert in de regel niks over contactlenzen. Regels die van toepassing zijn op het meten van de ogen kunnen in veel gevallen bij contactlenzen overboord gegooid worden. Er is een andere aanpak nodig, en er is zeer veel kennis over de verschillende typen lenzen en materialen nodig. Een goede contactlenscontrole wordt dus minstens door een contactlensspecialist uitgevoerd. Ook deze opleiding is op MBO niveau.
Optometrist: Als optometrist kan je zowel ogen meten als contactlenzen controleren. Daarnaast is er op de opleiding veel aandacht voor het medische aspect. Een optometrist kan ook vooronderzoeken doen voor laserklinieken. Daarnaast kunnen er samenwerkingsverbanden zijn tussen de huisarts en het ziekenhuis, om zo onnodige consulten bij de oogarts te besparen, maar de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.

Ziekenhuis:
Doktersassistent: De dokterassistent is veelal een administratieve hulp van de oogarts(en) die er voor zorgt dat de spreekuren soepel draaien. Denk hierbij aan het welkom heten van de patiënten, voormetingen verrichten et cetera. Daarnaast kan de doktersassistent assisteren bij poliklinische verrichtingen en kan deze zelfstandig bepaalde onderzoeken uitvoeren indien daar nascholing voor is geweest. De opleiding voor doktersassistent is op MBO niveau.
Technisch oogheelkundig assistent (TOA): Als TOA verricht je zelfstandig oogheelkundige onderzoeken nog voordat de patiënt bij de oogarts komt. In de praktijk komt dit vaak neer op het meten van het gezichtsvermogen, de oogdruk en een aantal andere aspecten die afhankelijk zijn van de bezoeksreden van de patiënt. Ook geeft de TOA vaak de druppels die er voor zorgen dat de pupil groot wordt zodat de oogarts het netvlies kan bekijken. Een TOA werkt zelfstandig, maar heeft altijd de oogarts beschikbaar indien nodig. De opleiding voor TOA is op MBO niveau.
Optometrist: Een optometrist kan ook werkzaam zijn in het ziekenhuis en hier zelfstandig patiënten onderzoeken. Waar de TOA een patiënt voorbereidt voor de oogarts, doet de optometrist het gehele onderzoek zelf. Wanneer de optometrist klaar is met het onderzoek wordt er overlegd met de oogarts, en schrijft de oogarts eventuele medicatie voor. Een optometrist mag geen medicatie voorschrijven. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.
Oogarts: De oogarts is eindverantwoordelijke voor de diagnose. De oogarts schrijft medicatie voor en verricht de operaties. Ook bepaalt de oogarts op welke termijn een patiënt weer terug moet komen naar het ziekenhuis en welke onderzoeken er verricht moeten worden. Bij vragen is de oogarts uw aanspreekpunt, al dan niet via de doktersassistent. Netals elke art moet een oogarts eerst basisarts worden, en zich vervolgens specialiseren.