De Nederlandse gezondheidszorg

Op 20-jarige leeftijd begon mijn zoektocht naar “wat ik later wil worden”. Na mijn 1e foute keuze ben ik daarna gaan studeren voor optometrist. De gezondheidszorg was niet per sé waar ik mijzelf werkzaam zag zijn toen ik jonger was. Nu ik een krappe 3 jaar werkzaam ben als optometrist bij een kleine oogkliniek in Bilthoven ben ik blij dat ik toch voor de gezondheidszorg heb gekozen.

De gezondheidszorg is waar je door persoonlijke aandacht het verschil kan maken. Waar je bij een verkoper/adviseur direct het gevoel hebt dat ze je iets aan willen smeren, wordt persoonlijke aandacht voor patiënten juist als geruststellend en vertrouwd ervaren.

De kleinschaligheid van de kliniek waar ik werkzaam ben is dan ook steevast hét verschil dat wij kunnen maken ten opzichte van de gezondheidsfabrieken welke wij ziekenhuizen noemen. Patiënten hebben altijd de zelfde arts en onderzoekers, en kennen ons vaak zelfs bij voornaam. Door onze kleinschaligheid kijken zorgverzekeraars niet naar ons om en is er moeite om rond te komen omdat zorgverzekeraars geen contracten afsluiten met een dergelijk kleine speler op de gezondheidsmarkt.

Dit heeft de kliniek doen besluiten om samen te werken met een grotere kliniek uit de regio, een kliniek waar wel contracten met zorgverzekeraars aanwezig zijn. Zodoende kunnen wij profiteren van de (prijs)afspraken van met deze zorgverzekeraars. Dit alles in een poging om kostendekkend te kunnen opereren. Deze kliniek heeft echter besloten de vestiging te sluiten. Wij gaan op in de grotere vestiging. Hierbij verliezen wij onze persoonlijke aandacht, in ruil voor (hopelijk) meer winstgevendheid om de innovaties binnen de gezondheidszorg te kunnen blijven toepassen in de zorg van alle dag. Van 2 artsen stijgen we naar 8 artsen, van 6 werknemers naar meer dan 50, van 3 spreekkamers naar 10.

De gezondheidszorg is de weg een beetje kwijt geraakt. Geld komt voor de patiënt. Efficiëntie is belangrijker dan persoonlijke aandacht. Waar wij als kliniek het verschil konden maken met persoonlijke aandacht en korte lijnen hebben de zorgverzekeraars maar één doel voor ogen. Zo groot mogelijke zorgfabrieken die zo efficiënt mogelijk en voor zo min mogelijk geld zorg leveren. Patiëntvriendelijke zorg is hierbij van ondergeschikt belang. Een simpel voorbeeld is het geven van 2 ooginjecties op 1 dag. Bij zorgverzekeraars kan dit niet gedeclareerd worden, zij denken dat wij frauderen omdat wij 2x een zelfde handeling delcareren op 1 dag. Gevolg voor de patiënt: 2x langskomen en vervoer regelen bij familie of een regiotaxi. Dat dit circus vaak maandelijks herhaald moet worden betekent een aanslag op de vrijheid van onze patiënten.

Ik ga met plezier naar mijn werk omdat wij van patiënten doorgaans positieve reacties ontvangen over onze manier van werken. Zoals een patiënt van ons recent beschreef in een schriftelijke reactie: “Ik heb de behandeling in Uw kliniek uitvoerig beschreven aangezien ik bij het ziekteproces en het overlijden van mijn vrouw geconfronteerd ben met de gebruikelijke wijze waarop in dit land medische zorg wordt verleend. Ik kan U verzekeren dat Uw kliniek daarvan in uiterst aangename zin afwijkt.” En dan te bedenken dat wij deze patiënt aanvankelijk moesten weigeren wegens een ontoereikend budget vanuit de zorgverzekeraar (CZ/Ohra).

Ik hoop dat de overheid op tijd wakker wordt, en zorgverzekeraars op tijd inzien dat door de teruglopende marges op verleende zorg, de alsmaar stijgende werkdruk en regeldrift het belangrijkste onderdeel van de gezondheidszorg wordt vergeten: de patiënt en zijn welbevinden.

Communicatie tussen patiënt en arts

Communicatie met de patiënt is binnen de oogheelkunde erg belangrijk; net als bij vrijwel alle andere specialismen. Communicatie kan soms moeilijker zijn dan gewenst. Denk hierbij aan mensen die doof zijn, blind zijn of niet durven/kunnen praten wat bijvoorbeeld voorkomt bij mensen met het syndroom van Down. Het gebeurt helaas soms ook dat de patiënt een andere taal spreekt dan wij. Het is aan ons om zo veel mogelijk met handen en voeten (soms letterlijk) toch zo veel mogelijk informatie in te winnen. Hierom is het fijn als er iemand mee komt die dingen kan aanvullen of vertalen. Soms komt het voor dat er een begeleider mee komt die ook geen Nederlands spreekt, of er komt helemaal geen begeleider mee. De afgelopen 2 jaar is mij dit 2 keer overkomen. Een maal met een Turkse meneer die zijn dochter mee had genomen die minder goed de Nederlandse taal machtig was dan meneer zelf. Dit is niet positief voor het subjectieve gedeelte van het onderzoek, maar het objectieve gedeelte ondervindt hier doorgaans geen hinder van. Zodoende kunnen wij elke patiënt uiteindelijk altijd wel helpen.

© Ziekenhuis Survivalgids; wegwijs in de wereld van de witte jassen

Indien er getwijfeld wordt over het hebben van een aandoening zal er eerder over worden gegaan tot actie. Zo zullen we eerder oogdrukverlagende druppels voorschrijven bij iemand waarbij er een taalbarrière bestaat als deze wordt verdacht van het hebben van glaucoom; voorkomen is beter dan genezen. Aanvullend onderzoek (in dit geval een gezichtsveldonderzoek) bleek in de praktijk geen bruikbare resultaten op te leveren, reden genoeg voor een profylactische benadering. Wij hebben er in dit geval op aangestuurd dat dhr de volgende keer zijn andere dochter meeneemt, zij kon namelijk wel goed als tolk fungeren. Bij een volgend bezoek heeft deze meneer inderdaad dit advies opgevolgd en konden wij eventuele onduidelijkheden wegnemen van beide kanten. Gelukkig komen onze patiënten vrijwel nooit alleen.

E-haken kaart

Een taalbarrière, of communicatiebarrière komt regelmatig voor. Als je net van de opleiding af komt kan het in het begin wat lastig zijn om er mee om te gaan. Oefening baart kunst, blijkt in de praktijk. Met handbewegingen en het gebruik van simpele woorden (al dan niet in het Engels) kan je in de praktijk ver komen. Zo kan je bijvoorbeeld prima de visus opnemen door gebruik van E-haken of de Landolt-C kaart waarbij de patiënt alleen de richting van de opening hoeft aan te wijzen. Zo lukt het zelfs om bij analfabeten en dove mensen de gezichtsscherpte te meten.

De recente uitspraken van dhr. Kuzu zijn gelukkig onjuist binnen de oogheelkunde. Als optometrist weet ik niks van andere specialismen, maar ik kan mij niet indenken dat een arts voor de “easy way out” kiest. Een arts heeft namelijk een roeping om voor zijn/haar patiënt te zorgen en zal er alles aan doen om deze zo goed mogelijk te behandelen. Dit ongeacht de afkomst en taalvaardigheid van de patiënt. Sterker nog, ik heb ook regelmatig artsen consulten horen en zien voeren in hun eigen moedertaal. Dit gaat dan om Turkse of Marokkaanse artsen, al dan niet in Nederland geboren. Ik denk dat je je als patiënt niets beters kan wensen dan dat. En ter verduidelijking wil ik toevoegen dat dit niet om incidenten gaat, maar dat ik weet dat meerdere ziekenhuizen/klinieken dit zelfs op hun website vermelden.

Wat doet de orthoptist

Orthoptisten zijn speciaal opgeleid in het vakgebied dat zich richt op de samenwerking tussen de ogen. Denk hierbij aan scheelzien, luie ogen maar ook aan nystagmus. Waar de gewone oogarts en optometrist hier afhaken, gaan zij verder. Orthoptisten werken veelal zelfstandig en stellen hun eigen behandelplannen op. Dit blijft altijd onder superivisie van een oogarts, en elke patiënt moet ten minste eens door de oogarts gescreend zijn op afwijkingen aan het oog (hier zijn orthoptisten namelijk minder in thuis).

De meeste patiënten die bij de orthoptist komen zijn kleine kinderen, vaak tot 12 jaar. De orthoptist doet hierbij verschillende onderzoeken om de samenwerking van de ogen te bepalen, onderanderen door te testen op het zien van 3D. Ook zullen de kinderen hier in de regel druppels in hun ogen krijgen (cyclopentolaat) welke het accommodatievermogen van de ogen tijdelijk stil legt. Zodoende kan de orthoptist de sterkte van een eventueel benodigde bril bepalen. Jonge ogen zijn extra goed in accommmoderen, zodoende is het vrijwel onmogelijk om een correcte bril voor te schrijven zonder gebruik van deze druppels. Afhankelijk van de behandeling zal een patiënt bijvoorbeeld geopereerd kunnen worden om de scheelstand van de ogen te corrigeren. De uitgangspositie is dat daarbij eerst een eventueel lui oog behandeld moet zijn.

© littlefoureyes.com

Oudere mensen kunnen ook terecht komen bij de orthoptist. Denk hierbij aan mensen met dubbelzien klachten, een nystagmus, mensen die bekend zijn met multiple sclerose of bijvoorbeeld mensen met Parkinson. De orthoptist zal in deze gevallen kijken hoe de beste situatie voor deze patiënt benaderd kan worden, danwel met een bril, danwel door middel van een operatie, danwel door adviezen te geven in de zin van bijvoorbeeld het aannemen of vermijden van een bepaalde houding.

Voor volwassenen geldt in de regel dat zij eerst een afspraak krijgen bij een oogarts, en later een afspraak krijgen bij een orthoptist als dat nodig is. Voor kinderen wordt vrijwel altijd een gecombineerde afspraak gemaakt bij de orthoptist en daarna direct de oogarts. Let op, om een orthoptist te bezoeken is eveneens een verwijzing van de huisarts, jeugdarts of het consultatiebureau nodig.

Heb ik een verwijzing nodig voor de oogarts?

De zorg draait in Nederland, en veel andere landen, grotendeels om geld. Zodoende wil iedereen zich zo veel mogelijk aan de regels houden om nare verrassingen te voorkomen. Een vraag die vaak gesteld wordt is: Heb ik voor een bezoek aan de oogarts een verwijzing nodig van mijn huisarts?

© ANP

© ANP

Het simpele antwoord is ja, je hebt inderdaad een verwijzing nodig van de huisarts of een andere arts.
Het meer precieze antwoord is nee, je hebt niet persé een verwijzing nodig van de huisarts. Maar als je geen verwijzing hebt is de consequentie dat de kosten voor het consult niet vergoed worden door de zorgverzekeraar: je zal zelf je consult moeten betalen. Een verwijzing van een opticien is géén geldige verwijzing voor de zorgverzekeraar, tenzij het een verwijzing van een optometrist betreft.

In het kort geldt:

  • Consult bij een oogarts met verwijzing: wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing: wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar, en is dus voor eigen kosten.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing, zonder zorgverzekering: passantentarief is van toepassing, verwijzing is ook niet nodig, in veel gevallen krijg je de factuur meteen mee. Passantentarieven zijn op de website van de zorgaanbieder te vinden.

Oogheelkundige medische afkortingen

Tegenwoordig is het niet gek meer om je eigen medische dossier op te vragen. Dit kan je doen omdat je zelf wil inzien wat de bevindingen van de arts zijn, maar ook omdat je wellicht overstapt naar een andere oogarts wegens bijvoorbeeld een verhuizing. Binnen de medische wereld wordt veel gebruik gemaakt van (vak)jargon en afkortingen. Hieronder poog ik om zo veel mogelijk afkortingen uit te leggen in simpele taal.

  • AGVL: Achterste GlasVocht Loslating, een loslating van het achterste glasvocht
  • an: Ante Noctum, voor de nacht
  • AT(ODS): Applanatie Tonometrie, een manier van oogdruk meten met daarbij het betreffende oog
  • CA: Corpus Alienum, vreemd lichaam, bijvoorbeeld een staalsplinter in het oog
  • cc: Cum Correctione, met (bril)correctie
  • CE: Cataract Extractie
  • CT: CoverTest, een test om de oogstand te bepalen
  • CV: Corpus Vitreum, het glasvocht/glasachtig lichaam aan de binnenkant van het oog achter de iris
  • DM: Diabetes Mellitus, suikerziekte
  • DT: Duratears, kunsttranen
  • F(ODS): Fundus (netvlies) bevindingen met daarbij het betreffende oog
  • Gtt: Guttae, druppels
  • GV: Glasvocht/glasachtig lichaam aan de binnenkant van het oog achter de iris
  • Inf: Inferior, aan de onderkant
  • IOL: Intra Oculaire Lens, een lens die wordt geïmplanteerd tijdens een staaroperatie
  • iter: Herhalen van reeds voorgeschreven medicatie
  • IVI: IntraVitreale Injectie
  • Nas: Nasaal, aan de neuskant
  • OD: Oculus Dexter, het rechter oog
  • ODS: Oculus Dexter et Sinister, beide ogen
  • OS: Oculus Sinister, het linker oog
  • PF: Pred Forte, corticosteroïd oogdruppels
  • Phaco: Phaco-emulsificatie, een methode om een staaroperatie uit te voeren
  • PPV: Pars Plana Vitrectomie, een behandeling waarbij het glasvocht uit het oog wordt verwijderd
  • PVD: Posterior Vitreous Detachment, een loslating van het achterste glasvocht
  • R/: Recept
  • Rx: Brilrecept
  • sc: Sine Conservans, druppels zonder conserveermiddel
  • sc: Sine Correctione, zonder (bril)correctie
  • SL(ODS): SpleetLamp bevindingen met daarbij het betreffende oog
  • Sup: Superior, aan de bovenkant
  • TD: TobraDex, combinatie oogdruppel met een corticosteroïd en antibiotica
  • Temp: Temporaal, aan de buitenkant
  • UA: Uveitus Anterior, ontstekingsreactie in de voorste oogkamer
  • UC zalf: Ultracortenol zalf, corticosteroïd zalf
  • ud: UniDose, druppels zonder conserveermiddel
  • V(ODS): Visus met het daarbij betreffende oog, veelal gevolgd door cc of sc
  • VOK: Voorste OogKamer, de ruimte tussen de iris en het hoornvlies
  • zn: Zo Nodig

Tablet zorgt voor meer brillen bij kinderen

Het Erasmus MC heeft bevestigd wat al langer gedacht wordt: kinderen die weinig buitenspelen hebben vaker een bril nodig. Het Erasmus onderzocht 6000 Rotterdamse kinderen vanaf hun geboorte tot hun zesde levensjaar. Het blijkt dat kinderen die meer dan 2 uur per dag lezen, computerspelletjes spelen of op de iPad bezig zijn een grotere kans hebben om bijziend (myoop) te worden. Gemiddeld zaten de bijziende kinderen uit het onderzoek 45 minuten per dag achter de computer, tegenover 33 minuten bij niet-bijziende kinderen. Daarnaast speelden de bijziende kinderen gemiddeld één uur en 18 minuten buiten, tegenover één uur en 58 minuten bij niet-bijziende kinderen.

©ANP

©ANP

Op dit moment is zo’n 2.5% van de onderzochte kinderen al bijziend. Verwacht wordt echter dat dit oploopt tot 50% tegen de tijd dat de onderzochte kinderen de leeftijd van 20 jaar behalen. Deze verwachting is gebaseerd op buitenlands onderzoek. Daaruit blijkt volgens onderzoeker Roelof Polling dat als een oog eenmaal bijziend raakt, dat deze bijziendheid vaak extra toeneemt zolang het oog nog in de groei is.Lees verder

Medicijngebruik en de ogen

Bij een goede anamnese hoort naast het uitvragen van de klachten ook het uitvragen van de medicatie. In het ziekenhuis is dit geen probleem, maar in de optiek hoor ik dan vaak de reactie “ik gebruik wel medicijnen maar die doen niks met de ogen.” Deze aanname is helaas fout, alle medicijnen hebben bijwerkingen, vaak ook oogheelkundig. Zo kunnen medicijnen droge ogen veroorzaken, of wisselingen in het zicht. Aangezien een optometrist geen medicijnen heeft gestudeerd, zal een optometrist in de optiek niet alle medicijnen kennen. Het overgrote deel van de voorgeschreven medicatie is echter vrij makkelijk te herleiden. Zo zullen de medicijnen voor een hoge bloeddruk, diabetes mellitus, verhoogd cholesterol en hart en vaat ziekten vaak wel bekend zijn, aangezien deze erg vaak voor komen.

Medicatie

Aan de hand van de medicatie die u gebruikt kunnen we niet alleen kijken naar eventuele oogheelkundige afwijkingen die daardoor veroorzaakt kunnen worden, maar we kunnen het ook omdraaien. Als we weten dat u 2x per dag 500mg metformine slikt, dan weten we automatisch dat u bekend bent met diabetes mellitus. Zodoende zijn we extra attent op de afwijkingen die voor kunnen komen bij diabetes mellitus, alsmede de afwijkingen die veroorzaakt kunnen worden door de medicatie (bijwerkingen). Zelfs een simpel pilletje als desloratadine (Aerius) welke gebruikt wordt voor de hooikoorts, en vrij verkrijgbaar is, kan bij ons al de puzzelstukjes in elkaar laten vallen.

Het is erg makkelijk om een overzicht te krijgen van de medicatie die u gebruikt. Vraag dit aan bij uw apotheek en zij zullen een overzicht uitdraaien. Neem dit mee wanneer u naar het ziekenhuis gaat, maar ook wanneer u naar de opticien gaat! Kies voor een goede opticien, liefst een waar een optometrist werkzaam is, zodat uw ogen echt serieus genomen worden. Indien de huisarts u doorverwijst naar de oogarts dan staat de medicatie vaak ook op de verwijsbrief. Controleer het overzicht voordat u naar ons toe komt, vaak staat er nog reeds gestaakte medicatie op de lijst.

De toegevoegde waarde van optometristen in de optiek

Als optometrist kan je in verschillende settings werken. Denk hierbij aan het ziekenhuis, een behandelkliniek (zoals Bergman Clinics) of bij een opticien. Elk van deze settings biedt zijn eigen uitdagingen, en eist een andere manier van denken. Er verschuift in de oogheelkunde het een en ander van de tweedelijns zorg (ziekenhuis) naar de eerstelijns zorg (opticien).

slider3-20120822-123513

Zo worden er in samenwerking met bijvoorbeeld Ksyos mensen met Diabetes Mellitus gescreened op oogheelkundige afwijkingen bij de opticien. Voorheen kwam iedereen altijd bij de oogarts, terwijl dit vaak onnodig bleek te zijn. Door deze last van de oogarts weg te nemen heeft de oogarts meer tijd voor de serieuzere gevallen, terwijl de kwaliteit van de zorg gewaarborgd blijft. Hiervoor is het nodig dat de persoon die het onderzoek doet in de eerstelijns zorg voldoende deskundig is. Zo mag het niet voorkomen dat iemand waarbij afwijkingen te zien zijn aan het oog niet wordt doorgestuurd naar de oogarts.Lees verder

Oogheelkunde: wie doet wat?

Oog

Binnen de oogheelkunde zijn er veel verschillende taken die je kan verrichten. Maar wie doet nou precies wat? Kan een opticien ook lenzen controleren? En kan een optometrist medicatie voorschrijven? En wat doet de assistent van de oogarts allemaal? We onderscheiden 2 verschillende takken van de oogheelkunde: de optiek en het ziekenhuis en beschrijven wie er werken en wat hun taken zijn. Onderstaand overzicht is hoe het is geregeld op mijn werkplekken. Dat neemt niet weg dat een ander ziekenhuis er een andere visie op na kan houden waardoor het proces net iets anders kan lopen.

Optiek:
Opticien: Een opticien meet de sterkte van de ogen. Daarnaast wordt een opticien opgeleid om de klant van een zo goed mogelijk advies te voorzien wat betreft montuur, glazen et cetera. Achter de schermen zal een opticien de brillen repareren en monteren. Dit is een MBO opleiding.
Contactlensspecialist: Een contactlensspecialist is altijd eerst een opticien, en leert daarna verder over contactlenzen. Een opticien leert in de regel niks over contactlenzen. Regels die van toepassing zijn op het meten van de ogen kunnen in veel gevallen bij contactlenzen overboord gegooid worden. Er is een andere aanpak nodig, en er is zeer veel kennis over de verschillende typen lenzen en materialen nodig. Een goede contactlenscontrole wordt dus minstens door een contactlensspecialist uitgevoerd. Ook deze opleiding is op MBO niveau.
Optometrist: Als optometrist kan je zowel ogen meten als contactlenzen controleren. Daarnaast is er op de opleiding veel aandacht voor het medische aspect. Een optometrist kan ook vooronderzoeken doen voor laserklinieken. Daarnaast kunnen er samenwerkingsverbanden zijn tussen de huisarts en het ziekenhuis, om zo onnodige consulten bij de oogarts te besparen, maar de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.

Ziekenhuis:
Doktersassistent: De dokterassistent is veelal een administratieve hulp van de oogarts(en) die er voor zorgt dat de spreekuren soepel draaien. Denk hierbij aan het welkom heten van de patiënten, voormetingen verrichten et cetera. Daarnaast kan de doktersassistent assisteren bij poliklinische verrichtingen en kan deze zelfstandig bepaalde onderzoeken uitvoeren indien daar nascholing voor is geweest. De opleiding voor doktersassistent is op MBO niveau.
Technisch oogheelkundig assistent (TOA): Als TOA verricht je zelfstandig oogheelkundige onderzoeken nog voordat de patiënt bij de oogarts komt. In de praktijk komt dit vaak neer op het meten van het gezichtsvermogen, de oogdruk en een aantal andere aspecten die afhankelijk zijn van de bezoeksreden van de patiënt. Ook geeft de TOA vaak de druppels die er voor zorgen dat de pupil groot wordt zodat de oogarts het netvlies kan bekijken. Een TOA werkt zelfstandig, maar heeft altijd de oogarts beschikbaar indien nodig. De opleiding voor TOA is op MBO niveau.
Optometrist: Een optometrist kan ook werkzaam zijn in het ziekenhuis en hier zelfstandig patiënten onderzoeken. Waar de TOA een patiënt voorbereidt voor de oogarts, doet de optometrist het gehele onderzoek zelf. Wanneer de optometrist klaar is met het onderzoek wordt er overlegd met de oogarts, en schrijft de oogarts eventuele medicatie voor. Een optometrist mag geen medicatie voorschrijven. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.
Oogarts: De oogarts is eindverantwoordelijke voor de diagnose. De oogarts schrijft medicatie voor en verricht de operaties. Ook bepaalt de oogarts op welke termijn een patiënt weer terug moet komen naar het ziekenhuis en welke onderzoeken er verricht moeten worden. Bij vragen is de oogarts uw aanspreekpunt, al dan niet via de doktersassistent. Netals elke art moet een oogarts eerst basisarts worden, en zich vervolgens specialiseren.

De huisarts in de oogzorg

Huisarts

In Nederland is het zo geregeld dat de huisarts in principe bepaalt of iemand doorgestuurd dient te worden naar een arts in het ziekenhuis. Je kan ook op eigen initiatief naar een arts gaan, maar dan zal het ziekenhuis de kosten aan u doorberekenen in plaats van aan de zorgverzekeraar. Declareren heeft in een dergelijk geval ook geen nut: zonder doorverwijzing zijn de kosten voor eigen rekening.

Als men klachten heeft is men dus  genoodzaakt om naar de huisarts te gaan. In veel gevallen is hier niks mis mee. Maar in het geval van ogen ligt dit iets gecompliceerder. Een huisarts heeft namelijk meestal niet de juiste apparatuur om goed naar de ogen te kunnen kijken. Dat is logisch, aangezien deze apparatuur erg prijzig is en zeer gespecialiseerd (dat wil zeggen, je kan de apparatuur niet voor andere doeleinden gebruiken). Daarnaast zijn de coschappen vrij kort om een goed beeld van de oogheelkundige zorg te kunnen krijgen. Bij klachten aan de ogen, in de vorm van een pijnlijk/rood oog, zal de huisarts vaak antibiotica voorschrijven (vaak chlooramfenicol of fucithalmic). Blijven de klachten aanhouden, dan volgt een doorverwijzing naar de oogarts.Lees verder