Opinie: wisselende oogmetingen opticiens (Consumentenbond)

Goed en comfortabel zien is belangrijk. Een goede bril is een vereiste, en een goede oogmeting is het halve werk. De Consumentenbond heeft undercover onderzoek gedaan bij verschillende optiekketens en particuliere opticiens. De resultaten zijn bekend, ze waren overal op het nieuws te horen en te zien. Mocht je desondanks de berichtgeving gemist hebben? Klik hier voor het artikel.

Wat opvalt is dat de Eyelove het wel erg slecht doet. De klantervaring is 2 punten lager dan bij de Hans Anders; een keten die lang als de onderkant van de markt werd gezien. De kwaliteit van de meting is zo waar nog slechter; dat is simpel te verklaren. Bij Eyelove worden je ogen niet gemeten, de sterkte wordt geschat naar aanleiding van een volautomatische (onbetrouwbare) meting die louter als startpunt van een oogmeting gebruikt dient te worden. Meer dan dat kan de shampooverkoper ook niet, aangezien zij geen gediplomeerd opticien is. Ze heeft slechts een cursus van 2 dagen gevolgd bij Eyelove. Bij Hans Anders wordt de oogmeting iets beter beoordeeld met een 6,6; daarmee vallen zij tussen de Eyelove en de overige optiekketens in. De overige ketens scoren redelijk goed, de betrouwbaarheid van de metingen is redelijk vergelijkbaar.

Waar niet over gesproken wordt is de meetresultaten van de onafhankelijke optiekbedrijven. En dit is nou nét waar ik benieuwd naar ben. Het artikel beschrijft dat elke proefpersoon 1 onafhankelijk optiekbedrijf heeft bezocht, dus dat zijn 20 oogmetingen. Bij de onafhankelijke opticien staat doorgaans goed gekwalificeerd personeel met minstens een MBO opleiding (opticien/contactlensspecialist), of een HBO opleiding (optometrist). Ik ben zelf als optometrist werkzaam in het ziekenhuis, en wanneer patiënten mij vragen welke opticien ik zou aanraden, verwijs is deze standaard naar de onafhankelijke opticiens. Deze opticien is doorgaans duurder, maar weet wat hij doet, weet wat hij ziet, en weet wat hij verkoopt. En misschien nog belangrijker; wij weten ook wat deze opticien doet. In het ziekenhuis zien wij alle verwijzingen die opticiens opstellen voorbij komen. De onafhankelijke optiekbedrijven zijn hierin veruit de meest betrouwbare partij, en hiervan ontvangen wij verhoudingsgewijs de minste onnodige doorverwijzingen. Dat ik voorstander ben van een beschermende titel voor de opticien mag dan ook duidelijk zijn.

Dus, Consumentenbond, om jullie onderzoek écht zin te geven zouden jullie de resultaten van de onafhankelijke optiekbedrijven mee moeten nemen in de resultaten. Want jullie zijn er geweest, dat vertellen jullie ons zelf. Daarna pas kunnen we zien wat het verschil is tussen de brillenstunter op RTL4 en de “dure” opticien.

Heb ik een verwijzing nodig voor de oogarts?

De zorg draait in Nederland, en veel andere landen, grotendeels om geld. Zodoende wil iedereen zich zo veel mogelijk aan de regels houden om nare verrassingen te voorkomen. Een vraag die vaak gesteld wordt is: Heb ik voor een bezoek aan de oogarts een verwijzing nodig van mijn huisarts?

© ANP

© ANP

Het simpele antwoord is ja, je hebt inderdaad een verwijzing nodig van de huisarts of een andere arts.
Het meer precieze antwoord is nee, je hebt niet persé een verwijzing nodig van de huisarts. Maar als je geen verwijzing hebt is de consequentie dat de kosten voor het consult niet vergoed worden door de zorgverzekeraar: je zal zelf je consult moeten betalen. Een verwijzing van een opticien is géén geldige verwijzing voor de zorgverzekeraar, tenzij het een verwijzing van een optometrist betreft.

In het kort geldt:

  • Consult bij een oogarts met verwijzing: wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing: wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar, en is dus voor eigen kosten.
  • Consult bij een oogarts zonder verwijzing, zonder zorgverzekering: passantentarief is van toepassing, verwijzing is ook niet nodig, in veel gevallen krijg je de factuur meteen mee. Passantentarieven zijn op de website van de zorgaanbieder te vinden.

Medicijngebruik en de ogen

Bij een goede anamnese hoort naast het uitvragen van de klachten ook het uitvragen van de medicatie. In het ziekenhuis is dit geen probleem, maar in de optiek hoor ik dan vaak de reactie “ik gebruik wel medicijnen maar die doen niks met de ogen.” Deze aanname is helaas fout, alle medicijnen hebben bijwerkingen, vaak ook oogheelkundig. Zo kunnen medicijnen droge ogen veroorzaken, of wisselingen in het zicht. Aangezien een optometrist geen medicijnen heeft gestudeerd, zal een optometrist in de optiek niet alle medicijnen kennen. Het overgrote deel van de voorgeschreven medicatie is echter vrij makkelijk te herleiden. Zo zullen de medicijnen voor een hoge bloeddruk, diabetes mellitus, verhoogd cholesterol en hart en vaat ziekten vaak wel bekend zijn, aangezien deze erg vaak voor komen.

Medicatie

Aan de hand van de medicatie die u gebruikt kunnen we niet alleen kijken naar eventuele oogheelkundige afwijkingen die daardoor veroorzaakt kunnen worden, maar we kunnen het ook omdraaien. Als we weten dat u 2x per dag 500mg metformine slikt, dan weten we automatisch dat u bekend bent met diabetes mellitus. Zodoende zijn we extra attent op de afwijkingen die voor kunnen komen bij diabetes mellitus, alsmede de afwijkingen die veroorzaakt kunnen worden door de medicatie (bijwerkingen). Zelfs een simpel pilletje als desloratadine (Aerius) welke gebruikt wordt voor de hooikoorts, en vrij verkrijgbaar is, kan bij ons al de puzzelstukjes in elkaar laten vallen.

Het is erg makkelijk om een overzicht te krijgen van de medicatie die u gebruikt. Vraag dit aan bij uw apotheek en zij zullen een overzicht uitdraaien. Neem dit mee wanneer u naar het ziekenhuis gaat, maar ook wanneer u naar de opticien gaat! Kies voor een goede opticien, liefst een waar een optometrist werkzaam is, zodat uw ogen echt serieus genomen worden. Indien de huisarts u doorverwijst naar de oogarts dan staat de medicatie vaak ook op de verwijsbrief. Controleer het overzicht voordat u naar ons toe komt, vaak staat er nog reeds gestaakte medicatie op de lijst.

De toegevoegde waarde van optometristen in de optiek

Als optometrist kan je in verschillende settings werken. Denk hierbij aan het ziekenhuis, een behandelkliniek (zoals Bergman Clinics) of bij een opticien. Elk van deze settings biedt zijn eigen uitdagingen, en eist een andere manier van denken. Er verschuift in de oogheelkunde het een en ander van de tweedelijns zorg (ziekenhuis) naar de eerstelijns zorg (opticien).

slider3-20120822-123513

Zo worden er in samenwerking met bijvoorbeeld Ksyos mensen met Diabetes Mellitus gescreened op oogheelkundige afwijkingen bij de opticien. Voorheen kwam iedereen altijd bij de oogarts, terwijl dit vaak onnodig bleek te zijn. Door deze last van de oogarts weg te nemen heeft de oogarts meer tijd voor de serieuzere gevallen, terwijl de kwaliteit van de zorg gewaarborgd blijft. Hiervoor is het nodig dat de persoon die het onderzoek doet in de eerstelijns zorg voldoende deskundig is. Zo mag het niet voorkomen dat iemand waarbij afwijkingen te zien zijn aan het oog niet wordt doorgestuurd naar de oogarts.Lees verder

Oogheelkunde: wie doet wat?

Oog

Binnen de oogheelkunde zijn er veel verschillende taken die je kan verrichten. Maar wie doet nou precies wat? Kan een opticien ook lenzen controleren? En kan een optometrist medicatie voorschrijven? En wat doet de assistent van de oogarts allemaal? We onderscheiden 2 verschillende takken van de oogheelkunde: de optiek en het ziekenhuis en beschrijven wie er werken en wat hun taken zijn. Onderstaand overzicht is hoe het is geregeld op mijn werkplekken. Dat neemt niet weg dat een ander ziekenhuis er een andere visie op na kan houden waardoor het proces net iets anders kan lopen.

Optiek:
Opticien: Een opticien meet de sterkte van de ogen. Daarnaast wordt een opticien opgeleid om de klant van een zo goed mogelijk advies te voorzien wat betreft montuur, glazen et cetera. Achter de schermen zal een opticien de brillen repareren en monteren. Dit is een MBO opleiding.
Contactlensspecialist: Een contactlensspecialist is altijd eerst een opticien, en leert daarna verder over contactlenzen. Een opticien leert in de regel niks over contactlenzen. Regels die van toepassing zijn op het meten van de ogen kunnen in veel gevallen bij contactlenzen overboord gegooid worden. Er is een andere aanpak nodig, en er is zeer veel kennis over de verschillende typen lenzen en materialen nodig. Een goede contactlenscontrole wordt dus minstens door een contactlensspecialist uitgevoerd. Ook deze opleiding is op MBO niveau.
Optometrist: Als optometrist kan je zowel ogen meten als contactlenzen controleren. Daarnaast is er op de opleiding veel aandacht voor het medische aspect. Een optometrist kan ook vooronderzoeken doen voor laserklinieken. Daarnaast kunnen er samenwerkingsverbanden zijn tussen de huisarts en het ziekenhuis, om zo onnodige consulten bij de oogarts te besparen, maar de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.

Ziekenhuis:
Doktersassistent: De dokterassistent is veelal een administratieve hulp van de oogarts(en) die er voor zorgt dat de spreekuren soepel draaien. Denk hierbij aan het welkom heten van de patiënten, voormetingen verrichten et cetera. Daarnaast kan de doktersassistent assisteren bij poliklinische verrichtingen en kan deze zelfstandig bepaalde onderzoeken uitvoeren indien daar nascholing voor is geweest. De opleiding voor doktersassistent is op MBO niveau.
Technisch oogheelkundig assistent (TOA): Als TOA verricht je zelfstandig oogheelkundige onderzoeken nog voordat de patiënt bij de oogarts komt. In de praktijk komt dit vaak neer op het meten van het gezichtsvermogen, de oogdruk en een aantal andere aspecten die afhankelijk zijn van de bezoeksreden van de patiënt. Ook geeft de TOA vaak de druppels die er voor zorgen dat de pupil groot wordt zodat de oogarts het netvlies kan bekijken. Een TOA werkt zelfstandig, maar heeft altijd de oogarts beschikbaar indien nodig. De opleiding voor TOA is op MBO niveau.
Optometrist: Een optometrist kan ook werkzaam zijn in het ziekenhuis en hier zelfstandig patiënten onderzoeken. Waar de TOA een patiënt voorbereidt voor de oogarts, doet de optometrist het gehele onderzoek zelf. Wanneer de optometrist klaar is met het onderzoek wordt er overlegd met de oogarts, en schrijft de oogarts eventuele medicatie voor. Een optometrist mag geen medicatie voorschrijven. Optometrie is een HBO opleiding die in Nederland alleen op de Hogeschool Utrecht wordt aangeboden.
Oogarts: De oogarts is eindverantwoordelijke voor de diagnose. De oogarts schrijft medicatie voor en verricht de operaties. Ook bepaalt de oogarts op welke termijn een patiënt weer terug moet komen naar het ziekenhuis en welke onderzoeken er verricht moeten worden. Bij vragen is de oogarts uw aanspreekpunt, al dan niet via de doktersassistent. Netals elke art moet een oogarts eerst basisarts worden, en zich vervolgens specialiseren.

De huisarts in de oogzorg

Huisarts

In Nederland is het zo geregeld dat de huisarts in principe bepaalt of iemand doorgestuurd dient te worden naar een arts in het ziekenhuis. Je kan ook op eigen initiatief naar een arts gaan, maar dan zal het ziekenhuis de kosten aan u doorberekenen in plaats van aan de zorgverzekeraar. Declareren heeft in een dergelijk geval ook geen nut: zonder doorverwijzing zijn de kosten voor eigen rekening.

Als men klachten heeft is men dus  genoodzaakt om naar de huisarts te gaan. In veel gevallen is hier niks mis mee. Maar in het geval van ogen ligt dit iets gecompliceerder. Een huisarts heeft namelijk meestal niet de juiste apparatuur om goed naar de ogen te kunnen kijken. Dat is logisch, aangezien deze apparatuur erg prijzig is en zeer gespecialiseerd (dat wil zeggen, je kan de apparatuur niet voor andere doeleinden gebruiken). Daarnaast zijn de coschappen vrij kort om een goed beeld van de oogheelkundige zorg te kunnen krijgen. Bij klachten aan de ogen, in de vorm van een pijnlijk/rood oog, zal de huisarts vaak antibiotica voorschrijven (vaak chlooramfenicol of fucithalmic). Blijven de klachten aanhouden, dan volgt een doorverwijzing naar de oogarts.Lees verder

De oogmeting uitgelegd

Een phoropter, het apparaat waarmee de ogen kunnen worden opgemeten.

Een phoropter, het apparaat waarmee de ogen kunnen worden opgemeten.

Ik heb gemerkt dat niet iedereen een zelfde beeld van een oogmeting heeft. En dan heb ik het over klanten/patiënten. Hieronder zal ik een opsomming maken van de logische stappen voor een goede oogmeting. Hierbij geldt wel, ook als deze stappen worden gevolgd kan het zijn dat een meting een onjuiste uitkomst heeft door mogelijk medicijngebruik of onvoldoende ervaring van de onderzoeker.

  1. Er wordt meestal begonnen met een oude meting. Vaak de sterkte van een oude bril, of een sterkte die door een apparaat terplekke wordt gemeten (een zogenaamde autorefraktometer). In uitzonderlijke gevallen wordt er toch vanaf “nul” gemeten. Denk bijvoorbeeld aan een onbetrouwbare autorefraktometerwaarde.
  2. Het begin van de oogmeting wordt per oog afzonderlijk gedaan, normaliter beginnen we met het rechter oog. Er wordt begonnen met “gewone” sterkte. Plus een kwart of min een kwart, totdat de meest ideale sterkte wordt bereikt. Indien de gezichtsscherpte dusdanig laag is dat dezec kleine verschillen niet kunnen worden waargenomen, worden er grotere stappen gebruikt. Voor de oogmeting gebruiken we een phoropter. Deze kan handmatig zijn, of computergestuurd zijn. Deze laatste variant is vaak preciezer.
  3. Het volgende onderdeel is de cilinder. Hierover bestaan veel onduidelijkheden. Een cilinder houdt in dat het hoornvlies niet perfect rond is. Zodoende wordt het licht ongelijk gebroken. Deze fout kan gecorrigeerd worden met een cilinder: dit is een sterkte die maar in 1 bepaalde richting werkt. Daarom plaatsen we de cilinder ook in een bepaalde stand: de as. Een cilinder is niet bijzonder, bijna iedereen heeft deze wel.
    De cilinder wordt gemeten door middel van een ronde vorm, waarbij er wordt gevraagd of glaasje 1 of glaasje 2 beter is. Er zijn ook andere methoden, maar dit is de meest gebruikelijke.
  4. Hierna controleren we nogmaals met de stappen uit stap 2 de “gewone” sterkte. Dit wordt vaak ook extra gecontroleerd door een kaart te kiezen met een rood en een groen vlak.
  5. Daarna switchen we naar het linker oog, en doen we hier weer stap 2 t/m 4.
  6. Als beide ogen gemeten zijn controleren we of allebei de ogen goed in balans zijn. Scherp kijken is 1 ding, comfortabel kijken is belangrijker. Er zijn verschillende methoden die gebruikt worden om de ogen in balans te krijgen, je kijkt hoe dan ook altijd met 2 ogen, en de aanpassing wordt altijd maar aan 1 oog gedaan.
  7. Als laatste stap wordt er gekozen tussen een aantal glaasjes wat het lekkerst kijkt. Een bril kan ook als te scherp worden ervaren. En sommige mensen vinden een bril die íéts te sterk is net wat lekkerder kijken.
  8. Indien er sprake is van leesklachten, of de persoon die gemeten wordt is (grofweg) 40 jaar of ouder, wordt er ook de leessterkte (additie) bepaald. Hier wordt eigenlijk het zelfde gedaan als in stap 7, maar dan is de vraag bij welke glaasjes er het scherpst kan worden gelezen.

Lees verder

Test zelf je gezichtsscherpte: hoe scherp kan ik zien?

Als u naar een opticien, optometrist of oogarts gaat zal deze in principe altijd de visus meten. Dit is de term die gebruikt wordt om de gezichtsscherpte uit te drukken. Dit is het kleinst mogelijke detail wat het oog kan waarnemen op een bepaalde afstand. In Nederland drukken wij dit uit in decimalen: bijvoorbeeld 1.0 of 0.8. Dit wordt (foutief) ook wel eens uitgedrukt in percentages. Een visus van 0.8 wordt ook wel eens “80% zicht” genoemd. Feitelijk is dit onjuist, want dan zou iemand met 120% zicht dingen waarnemen die er in werkelijkheid niet zijn. Echter, percentages maken het voor een patiënt wel op een simpele manier begrijpelijk. Lees verder

Drukkend gevoel boven de ogen

Druk boven de ogen is een veel gehoorde klacht. Bij goed doorvragen blijkt dat er meestal sprake is van droge ogen (ook tranende ogen vallen hier onder). Deze droge ogen veroorzaken vervolgens de druk boven de ogen. Al moet een goede bril ook niet onderschat word.

deze relatie lijkt echter niet bij elke huisarts bekend. Het is al een aantal keer voorgekomen dat een huisarts en patiënt heeft doorgestuurd naar een opticien voor het meten van de oogdruk. Omdat iemand hier speciaal voor komt doe ik dit dan ook, al vertel ik er direct bij dat er geen enkele relatie is tussen de oogdruk en een drukkend gevoel boven de ogen. De oogdruk blijkt ook altijd binnen de geldende norm te vallen. Indien deze meting bij een optometrist verricht is, zal deze in veel gevallen direct een bril voor kunnen schrijven, of de droge ogen kunnen behandelen.Lees verder