Is ooglaseren eng?

Recent heb ik mijn linker oog laten laseren. Een vraag die je dan als optometrist meteen krijgt is: “Is dat niet eng?”. Nou eigenlijk viel dat reuze mee. In dit bericht lees je mijn eigen ervaringen.

Als optometrist weet ik natuurlijk wat er mis kan gaan als je je ogen laat laseren. De risico’s op complicaties zijn klein, maar ze zijn er wel. Ik onderging zelf een PRK behandeling; de pijnlijke variant zonder “flapje” (dat is een LASIK behandeling).

De behandeling wordt pas spannend zodra je de operatiekamer in loopt. Dan gaat alles ook heel snel. Er worden druppels in je ogen gedaan, je oog wordt ontsmet met jodium, je krijgt een ooglidspreider op et cetera. De daadwerkelijke laserbehandeling duurde in mijn geval maar 6 seconden. 6 seconden waarin je zo strak mogelijk recht vooruit moet blijven kijken. Je loopt de operatiekamer uit met redelijk goed zicht. Maar daarna wordt dat snel weer minder. Ben je benieuwd naar het gehele proces? Bovenstaand filmpje is mijn eigen oog!

De pijn viel in mijn geval reuze mee. Omdat ik al zo’n 10 jaar contactlenzen heb gedragen ben ik ook wel wat gewend aan mijn ogen. Daarnaast zijn mijn ogen tijdens mijn studie ook veelvuldig gebruikt als proefpersoon-ogen. Meer dan een irritant gevoel aan mijn oog had ik niet. Ik wilde het liefst mijn ogen dichthouden, maar dat kwam niet echt door pijn of lichtgevoeligheid. Vaak druppelen scheelt een slok op een borrel, het verzacht het irritante gevoel, zeker als de druppels in de koelkast bewaard worden waardoor ze lekker koud zijn.
Het zicht heeft bij mij welgeteld 3 weken en 1 dag geduurd voordat het weer hersteld was. Het herstel van het zicht in het donker duurde nog een anderhalve week langer. Dit is een periode waarin je vertrouwen moet hebben in de behandelend oogarts. Vertrouwen hebben dat het wel goed komt. Dit vond ik het lastigste gedeelte van de hele behandeling.

Met de kennis van nu zou ik gerust de zelfde beslissing hebben genomen om mijn oog te laten laseren. Persoonlijk viel de behandeling mij mee, de pijn viel mee, en het zicht is prima hersteld. Eng is het maar eventjes, maar wanneer je de instructies van de arts juist opvolgt is er niks om bang voor te zijn.

Waarom hebben mijn contactlenzen een andere sterkte dan mijn bril?

Contactlenzen en brillen hebben vrijwel nooit exact de zelfde sterkte. Dit heeft met een aantal technische beperkingen van de contactlens te maken, maar ook met kosten en de manier waarop de sterkte wijzigt als deze direct op het oog wordt gezet. Ik zal uitleggen waardoor de sterkte anders is, en wat voor wijziging hierin verwacht kan worden. Voor het gemak maken we een onderscheid in harde en zachte contactlenzen. De oogmeting die voorafgaat aan het aanmeten van contactlenzen is het zelfde als bij een bril.

Lees verder

Bijziend of verziend, wat is wat ook al weer?

Myopie of hypermetropie
Bijziendheid en verziendheid zijn termen die iedereen wel eens gehoord heeft. Deze 2 termen dekken lang niet alle afwijkingen qua sterkte, maar geven snel een beeld van wat iemand voor afwijking heeft. Het is zo dat bijziend betekent dat diegene voorwerpen van dichtbij scherp ziet. Dit geldt andersom voor verziend: die persoon ziet veraf juist scherp. Maar daar zit ook meteen een valkuil. Iemand met een afwijking van +6 in zijn bril is verziend. Echter, deze persoon ziet zonder bril zowel veraf als dichtbij wazig. Als we dit omdraaien, we nemen iemand met een bril van -6, dan ziet deze persoon inderdaad scherp voor dichtbij. Maar een simpel rekensommetje (1/6=0.16) leert ons dat deze persoon op een afstand van 16cm scherp zal kunnen zien. De normale leesafstand is doorgaang ±42cm. Deze persoon kan dus niet scherp lezen, tenzij het object erg dichtbij gehouden wordt. Een opticien spreekt dan ook liever van myopie (min-sterkte) en hypermetropie (plus-sterkte). Iemand die verziend is hoeft namelijk helemaal niet scherp te kunnen zien in de verte: dat geeft verwarring. Maar er zijn nog meer aspecten in brilsterkte die het zicht kunnen beïnvloeden.

De vorming van het beeld op het netvlies bij een myoop en een hyptermetroop oog.

De vorming van het beeld op het netvlies bij een myoop en een hypermetroop oog.

Cilinder
Daarnaast hebben we ook nog de cilinder. Dit aspect van de brilsterkte heb ik al uitgelegd in het artikel “Wat is een cilinder?“.

Hoe mooi het oog ook is, bijna niemand heeft 2 perfect ronde ogen. Hoe krommer het hoornvlies, hoe sterker de lichtstralen worden gebroken. Dit wordt weergegeven als de verticale lichtstralen die breken op het “1st focal point”, en de horizontale lichtstralen die breken op het “2nd focal point”.

In plaats van 1 mooi brandpuntje, ontstaan er 2 brandpunten (meer precies: brandlijnen). Nu willen we deze 2 brandpunten natuurlijk op elkaar krijgen op de gele vlek in het oog: dan zien we het scherpst. Dit doen we in dit geval door de lichtstralen in de verticale richting minder sterk te laten breken. Dit noemen we een cilindersterkte.

Presbyopie
Een moment waarop veel mensen de opticien bezoeken is rondom een leeftijd van 45 jaar. Er ontstaan leesproblemen, en ook in de verte wordt het zicht soms minder. Het instelvermogen van de ooglens (accommodatie), en daarmee het vermogen om beelden scherp op het netvlies te krijgen wanneer deze op een kortere afstand worden gehouden neemt af. Dit is een geleidelijk proces en zal bij iedereen voorkomen. Aan de hand van de leeftijd is het ook vrij gemakkelijk om in te schatten wat deze afwijking precies is. Dit is, anders dan bij myopie/hypermetropie/cilinder een sterkte die niks zegt over de vorm of de bouw van het oog. Het gaat louter om het instelvermogen, en dit zegt dan ook niks over het oog zelf, maar alleen over de leeftijd van de ooglens. Dit zorgt er echter wel voor dat iemand die nooit een bril nodig heeft gehad wazig gaat zien voor dichtbij, maar veraf scherp ziet: deze persoon lijkt dan verziend. Ook hier zien we dat deze term niet accuraat is. Er is namelijk sprake van presbyopie: een afname van het accommodatievermogen van het oog.

Concluderend
De termen bijziendheid en verziendheid maken het voor een leek snel inzichtelijk om wat voor afwijking het grofweg gaat. De term is zodoende dan ook redelijk toereikend voor de meeste mensen. Echter, voor opticiens, contactlensspecialisten en optometristen dekt dit niet de lading: we willen meer weten over de precieze afwijking van de ogen. Als u dan ook de term bijziendheid of verziendheid gebruikt zal de opticien deze graag nader toelichten voor uw situatie.

Oogheelkunde en dyslexie: wat is de invloed van de visuele perceptie?

Dyslexie en de visuele perceptie zijn nauw verbonden. Je kan niet lezen zonder te kijken. De ogen kunnen verschillende afwijkingen hebben die het lezen moeilijker maken. Een daarvan is een cilinder (astigmatisme).

Cilinder
Een cilinder ontstaat wanneer de voorkant van het oog niet mooi rond is, maar meer zoals een rugbybal gevormd is. De ene kant op is het oog vlakker dan de andere kant. Dit zorgt voor een ongelijke breking van de lichtstralen op het netvlies (HSP Network, 2014). De mate van kromming van het hoornvlies staat gelijk tot mate van breking van lichtstralen. Een hoge, ongecorrigeerde, cilinder wordt overdreven weergegeven in afbeelding 1.

Figuur 1: gedramatiseerde weergave van een ongecorrigeerde cilinder.  Bron: http://www.hpsnetwork.co.uk/refractive%20errors.html

Afbeelding 1: gedramatiseerde weergave van een ongecorrigeerde cilinder.


Lees verder

De oogmeting uitgelegd

Een phoropter, het apparaat waarmee de ogen kunnen worden opgemeten.

Een phoropter, het apparaat waarmee de ogen kunnen worden opgemeten.

Ik heb gemerkt dat niet iedereen een zelfde beeld van een oogmeting heeft. En dan heb ik het over klanten/patiënten. Hieronder zal ik een opsomming maken van de logische stappen voor een goede oogmeting. Hierbij geldt wel, ook als deze stappen worden gevolgd kan het zijn dat een meting een onjuiste uitkomst heeft door mogelijk medicijngebruik of onvoldoende ervaring van de onderzoeker.

  1. Er wordt meestal begonnen met een oude meting. Vaak de sterkte van een oude bril, of een sterkte die door een apparaat terplekke wordt gemeten (een zogenaamde autorefraktometer). In uitzonderlijke gevallen wordt er toch vanaf “nul” gemeten. Denk bijvoorbeeld aan een onbetrouwbare autorefraktometerwaarde.
  2. Het begin van de oogmeting wordt per oog afzonderlijk gedaan, normaliter beginnen we met het rechter oog. Er wordt begonnen met “gewone” sterkte. Plus een kwart of min een kwart, totdat de meest ideale sterkte wordt bereikt. Indien de gezichtsscherpte dusdanig laag is dat dezec kleine verschillen niet kunnen worden waargenomen, worden er grotere stappen gebruikt. Voor de oogmeting gebruiken we een phoropter. Deze kan handmatig zijn, of computergestuurd zijn. Deze laatste variant is vaak preciezer.
  3. Het volgende onderdeel is de cilinder. Hierover bestaan veel onduidelijkheden. Een cilinder houdt in dat het hoornvlies niet perfect rond is. Zodoende wordt het licht ongelijk gebroken. Deze fout kan gecorrigeerd worden met een cilinder: dit is een sterkte die maar in 1 bepaalde richting werkt. Daarom plaatsen we de cilinder ook in een bepaalde stand: de as. Een cilinder is niet bijzonder, bijna iedereen heeft deze wel.
    De cilinder wordt gemeten door middel van een ronde vorm, waarbij er wordt gevraagd of glaasje 1 of glaasje 2 beter is. Er zijn ook andere methoden, maar dit is de meest gebruikelijke.
  4. Hierna controleren we nogmaals met de stappen uit stap 2 de “gewone” sterkte. Dit wordt vaak ook extra gecontroleerd door een kaart te kiezen met een rood en een groen vlak.
  5. Daarna switchen we naar het linker oog, en doen we hier weer stap 2 t/m 4.
  6. Als beide ogen gemeten zijn controleren we of allebei de ogen goed in balans zijn. Scherp kijken is 1 ding, comfortabel kijken is belangrijker. Er zijn verschillende methoden die gebruikt worden om de ogen in balans te krijgen, je kijkt hoe dan ook altijd met 2 ogen, en de aanpassing wordt altijd maar aan 1 oog gedaan.
  7. Als laatste stap wordt er gekozen tussen een aantal glaasjes wat het lekkerst kijkt. Een bril kan ook als te scherp worden ervaren. En sommige mensen vinden een bril die íéts te sterk is net wat lekkerder kijken.
  8. Indien er sprake is van leesklachten, of de persoon die gemeten wordt is (grofweg) 40 jaar of ouder, wordt er ook de leessterkte (additie) bepaald. Hier wordt eigenlijk het zelfde gedaan als in stap 7, maar dan is de vraag bij welke glaasjes er het scherpst kan worden gelezen.

Lees verder